MUSIQUE MACHINE pays some nice attention to the brilliant album of HYDRA ENSEMBLE. VISTAS was released last month on A New Wave Of Jazz. Here’s the review and you can order the album here.
“Vistas is a five-track journey in starkly bounding and angular forking improv for double bass, two cellos and electronics. It’s a grim-yet-torque-tight affair, which hums with both shady inner doubt & foreboding anxiety. The release appears as a CD release on Antwerpen’s New Wave Of Jazz label- with the mini white and grey box gatefold following the labels house style- with the inner gatefold featuring a two-page write-up about the release, and the project by Guy Peters. This release has an edition of 200 copies, and can be purchased directly from the label. Rotterdam-based quartet Hydra Ensemble has been active since 2021, and Vistas is the project’s second release following on from Voltas, which appeared on Inexhaustible Editions. The project brings together Lucija Gregov and Nina Hitz both on Cello, Gonçalo Almeida on Double Bass, Rutger Zuydervelt on Electronics. The five tracks featured here run between seven and eleven minutes a piece, and while the whole album has an air of bleak tension, each track manages to have its own identity/ edge. We open with pared-back almost post-punk bass bounding meets compressed tone searing & subtle electro chop of “Vista I”. Moving onto taut textural scape ‘n’ fiddle and jagged bass billow of “Vista II” which later adds in tense string fiddles and oppressive electro buzz. With the album playing out with the forlornly bowing grey sonic folds meet fiddling ‘n’ fork of “Vista V”- which latter becomes a lot more suffocatingly dense. Vistas finds the improv form fed through with grey doubt and tighten unease- certainly not an easy, or formally pleasing ride. But it fits like a glove if you’re after grim-yet-taut improvising.” Musique Machine – UK
MOORS MAGAZINE wrote an absolutely beautiful review on RENNIE/ROBERTS/SERRIES’ Translucence album, which we released last month. The album still available here.
“Trombone en baritonsax gaan heel mooi samen, dat kon je al constateren bij vroege opnames van het orkest van Duke Ellington (met meestal Harry Carney op de baritonsax) en ook later kwam de combinatie regelmatig terug. Maar zo harmonieus en lyrisch als dat meestal klonk klinkt het bij saxofoniste Cath Roberts en trombonist Tullis Rennie toch niet. Zij gaan eerder de avontuurlijke kant op, waarbij de randen van wat er uit hun instrument gehaald kan worden worden opgezocht. Dat doet heel af en toe denken aan de geweldige exploraties van iemand als Wolter Wierbos. Hier krijgt het begrip improvisatie een nieuwe dimensie, zeker als de Belgische gitarist Dirk Serries zich aansluit, en er een fenomenaal trio gevormd wordt. Als luisteraar zit je al heel snel op het puntje van je stoel, omdat deze drie virtuozen niet alleen voluit durven gaan, maar ook heel stil en ingetogen durven fluisteren en zoeken, waarbij je als luisteraar soms je adem inhoudt. Alles valt steeds perfect op zijn plek, en dat vind ik zelf eigenlijk het meest verbazingwekkende van dit soort geniale improvisatiesessies – blijkbaar zijn de drie musici zo geconcentreerd samen aan het spelen dat je als luisteraar een aantal draaibeurten nodig hebt om de complete schoonheid te doorgronden van wat ze daar in één intense improvisatie hebben neergezet. Muziek voor iedereen met open oren, en voor iedereen die bereid is wat vaker naar een cd te luisteren om alle finesses en details tot zich door te laten dringen.” Moors Magazine – The Netherlands
Our Polish friends at SPONTANEOUS MUSIC TRIBUNE just reviewed DIRK SERRIES – SOLO ACOUSTIC GUITAR IMPROVISATIONS II/II (2xLP). The double vinyl is still available at our bandcamp store.
“Nasz ulubiony belgijski gitarzysta przeszedł doprawdy imponującą drogę artystyczną – od plądrofonicznej, młodzieżowej elektroniki, przez dronowy ambient gitary elektrycznej aż po improwizacje na akustycznych gitarach z tzw. epoki (tu z lat 50. ubiegłego stulecia). Choć dziś skupia się głównie na tych ostatnich, wciąż nie unika grania muzyki ambientowej i zdaje się, że obie pasje stymulują go do kreowania jeszcze ciekawszych procesów muzycznych. Muzyk w trakcie pierwszego roku covidowego nagrał w sumie trzy zestawy improwizacji na gitarę akustyczną. Pierwszy poznaliśmy u progu ubiegłego roku, teraz dostajemy dwie kolejne części, zebrane na podwójnym winylu. Reasumując jednym zdaniem – znów bez artystycznych zaskoczeń, ale jednocześnie, jak zawsze, efekt końcowy jedyny w swoim rodzaju! Improwizacje Serriesa w takiej formule, to dużo minimalizmu i pewne drobne, rockowe, a nawet post-bluesowe naleciałości. Jego opowieści pozostają jakby w pół drogi do budowania zwartej struktury narracyjnej. W głowie zawsze jest plan, nie ma pogoni za czymkolwiek, jest skupienie i pewność każdego ruchu. Muzyk lubi szukać kantowi i zadziorów, bywa wtedy nawet dość dynamiczny (druga improwizacja), nie stroni też od preparacji, ale te stosuje zawsze z umiarem (czwarta, siedemnasta). Okazjonalnie pośpiewuje martwą wersję rockabilly (szósta), albo przeciąga struny i szuka szumu na gryfie (siódma), czy też snuje dłuższe frazy, co nie jest proste na strunach wysuszonych na wiór (ósma). Czasami znajduje rytm w bardziej basowych frazach (jedenasta), czasami jego instrument piszczy i rezonuje (dwunastka), innym razem definitywnie pragnie melodii i szuka jej na wszystkie sposoby (piętnasta). Nie stroni od riffów, także tych bardziej agresywnych (szesnasta), miewa balladowe nastroje, pełne szorstkich uczuć (osiemnasta), a jak sięga po smyczek, to snuje efektowną kołysankę dla wampirów (dziewiętnasta). Bywa, że jego frazy są ulotne, mikroskopijne (dwudziesta), albo lepią się poemat małych zgrzytów i mechanicznych trać (dwudziesta pierwsza). W opowieści dwudziestej trzeciej narracja znów zdaje się być wyjątkowo filigranowa, nie brakuje w niej ciszy, a brzmienie jest bardzo rozmyte, jakby na gryfie pojawiły się kawałki szkła. W dwudziestej piątej sceną znów rządzi smyczek, a struny cierpią prawdziwe katusze. Tenże sam smyczek kończy tę epopeję improwizowanych miniatur, rozmawia z ciszą i oddycha gasnącym echem.” Spontaneous Music Tribune
Last but not least DIRK SERRIES’ SOLO ACOUSTIC GUITAR IMPROVISATIONS II/III (2xLP) got reviewed by Nieuwe Noten. This 2nd segment in DIRK SERRIES’ solo explorations on the Höfner archtop guitar was released early 2022 after a pressing delay of one year on double vinyl and now reviewed. The 2xLP is of course still available through our bandcamp store.
“In januari 2021 bracht Serries een eerste LP uit met improvisaties op akoestische gitaar, onlangs voegde hij daar nog twee delen aan toe. Zesentwintig vrij korte stukken, verdeeld over vier LP kanten. Geen melodie te bekennen, nergens. Typisch Serries nieuwe stijl. Het is de Serries die we kennen van zijn recente albums, zoals het hierboven genoemde Translucence. Op zoek naar mooie geluiden, aparte bewegingen, abstracties. Soms, zoals in ‘Scourge’, ‘Imminent’ en ‘Syntactic’, op de grens van de stilte. Dat Serries hier niet alleen de snaren met zijn vingers beroert, moge duidelijk zijn. Hij heeft zijn strijkstok en vast nog wat andere hulpmiddelen, met als effect dat het geluid regelmatig opvallend weinig weg heeft van dat van een gitaar. Verder is het karige muziek die Serries ons hier serveert, uitgebeend, minimalistisch. Wat hier zo veel betekent als dat er niets gebeurt, wat niet moet gebeuren. Hier klinkt geen noot te veel.”
Ben Taffijn’s NIEUWE NOTEN kept on reviewing our latest batch of releases and here are the 3 remaining album analyzed and approved. The albums are still available from our bandcamp.
“Nog een keer gitarist Dirk Serries en zijn A New Wave of Jazz. Op ‘Translucence’ horen we hem samen met Tullis Rennie op trombone en Cath Roberts op baritonsax. Het album kwam uit als CD, voor de liefhebbers. Iets dat overigens ook voor de muziek geldt.
Maar goed, dat laatste geldt eigenlijk voor alles wat de man tegenwoordig uitbrengt. Het grote publiek bereikt hij er niet mee, maar dat deert hem niet. Net zoals dat voor al die musici geldt waar hij mee samen speelt. Toch valt er ook nu weer veel te genieten, met name op ‘Translucence’. De beide blazers zetten het geheel direct in ‘Match’ prachtig op scherp. En ‘Match’ kunnen we hier dan prima opvatten als wedstrijd, één waar Serries niet aan mee doet, hij vult aandachtig de gaatjes. En verderop heerlijk ouderwetse piep en knars geluiden, trombone en baritonsax zijn amper herkenbaar. In ‘Moving Sideways’ zoekt het trio de stilte en produceert Serries met zijn gitaar hoogst ongewone geluiden. En verderop zit een prachtige combi duisternis. We hebben immers niet voor niets juist deze blazers. Overigens is dit op sommige momenten een opvallend ritmisch album, althans voor dit soort muziek. Met als mooiste voorbeeld het eerste deel van het titelstuk ‘Translucence’, al horen we het ook op andere plaatsen terug. Op andere momenten overheerst echter de abstractie, wellicht nog wel het meest in het vierde en laatste stuk, ‘Found Within’.”
“Vandaag aandacht voor het dubbelalbum ‘Twofold’ waarop we drummer Onno Govaert horen. Het gaat hier om een dubbel Cd, één schijf bevat de opnames van een concert met Martina Verhoeven op piano en één bevat een concert van Govaert met Dirk Serries. Verder sta ik stil bij ‘Today and All the Tomorrows’ waarop we Serries en Verhoeven, hier op contrabas, horen met mede gitarist Daniel Thompson.
Na een solo van Govaert grossieren zowel hij als Verhoeven in abstracte patronen. Soms schuiven we wat richting het ritme, maar echt gestroomlijnd gaat het er nergens aan toe. Wel neemt verderop het tempo wat af en hoor je de twee zoeken naar welke noten het beste passen, hoe ze elkaar het beste kunnen aanvullen. Iets dat natuurlijk vaker gebeurt tijdens deze set, soms tegen de stilte aanleunend. Maar het meest spannend zijn toch die frases waarin ze beiden het ruime sop kiezen. Pas dan merk je wat een prachtige combinatie piano en drums in feite vormen. Als Verhoeven de lage noten kiest lopen de klanken mooi in elkaar over, kiest ze daarentegen voor de hoge noten dan ontstaan er schitterende contrasten.
Zeker voor vrije improvisatie begint de set van Govaert en Serries opvallend gestructureerd. Serries zet duidelijk de toon, Govaert ondersteunt. Het wordt verderop wat abstracter, maar het duurt lange tijd voordat we in eenzelfde maalstroom terecht komen als in de set met Verhoeven. Dat begint na een opvallend ingetogen solo van Govaert rond de dertigste minuut. Maar dan is het ook echt raak. Een oeverloze stroom aan klanken, zonder dat het een ondefinieerbare brei wordt. Uiteindelijk vinden ze weer de rust en bewegen ze gaandeweg richting de stilte.
Drie snaarinstrumenten dus in ‘Today and All Tomorrows’, een contrabas en twee gitaren, die ook nog eens alle drie op onorthodoxe wijze bespeeld worden. We horen ze kraken, zagen en schuren. Kortom het zijn geluiden die we eerder associëren met de spreekwoordelijke fabriekshal dan met deze instrumenten. En die komen het beste tot uiting tijdens de rustige frases, waarin ze elkaar aftasten en elkaar aanvullen, op zoek naar onverwachte geluiden. Uiterst karig en ingetogen gaat het eraan toe op die momenten. We horen slechts een enkele kraak, een paar korte aanslagen, interrupties die de stilte doorbreken. Het is op die momenten dat ze onze oren masseren met de meest creatieve geluiden denkbaar.”
You must be logged in to post a comment.