nwoj0042

ARVIND GANGA & RICCARDO MAROGNA : BALLADS FROM THE WRECKED SHIP
cd

Oed’ und leer das Meer
Chozodia
The limp leaves waited for rain, while the black clouds gathered far distant, over Himavant
Phantoon
Zeelas
Kzans
These fragments I have shored against my ruins

Arvind Ganga : Electric guitar, objects
Riccardo Marogna : Tenor saxophone, bass clarinet, electronics

Recorded at Helicopter, The Hague (NL) on November 9th – 10th 2018. Mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht (Belgium)

Thanks to Dirk Serries for believing in this project and to Mike (h-ear) and Eric (JazzBlazzt) for supporting us.

Sleeve notes : Guy Peters.  
Layout : Rutger Zuydervelt.



REVIEWS

“5 out of 5 stars ! Ballads From The Wrecked Ship is a decidedly varied and rather wonderful improv release,  which sits somewhere between sonic creativity and atmospheric moodiness. The seven-track album slides in at a concise and focused forty minutes, and I must say it certainly stand as one of more distinctive/ original improv release I have heard in some time.

The album appears on the always worthy/ interesting New Wave Of Jazz- coming in the labels house style mini grey gatefold packaging, which as always features a write-up about the release/ artists inside from Guy Peters. 

The line-up we have here is Den Haag based Arvind Ganga on Electric guitar and objects. And Verona born Riccardo Marogna on Tenor Sax, bass clarinet, and electronics. And boy do the pair cover a lot of different types of sound/ composition- with it all (just about) staying in the improv bracket.

We move from hovering ‘n’ swarming “Oed’ Und Lees Das Meer” which blends billowing ‘n’ honking eastern atmospherics with simmering and impassioned blues scaping. Onto the off-colour/ dragged-out slide guitar harmonics meets grating horn warble of the lengthy named “The Limp Leaves Waited For Rain, While The Black Clouds Gathered Far Distant, Over Himavant”. We even go textured noise bound on “Phantoon” which finds constantly rolling waves of static splutter been scared ‘n’ slowly bayed by dragged out pop and blips of textured. We have the sour and shrill manic-ness of “Kzans” which it is a blend of constantly picking ‘n’ ringing guitar harmonics, and tight compressed and looping horn wails. With the album playing out with the wonderful awkward “These Fragments I have Shored Against My Ruins” with its grainy tinkling music box-like tone battering, souring whistling horn work, and scraping texturing.

Pretty much everything that New Wave Of Jazz puts out is worth a play/ listen if you enjoy any of the more abstract/ daring side of the improv/ modern composition. But Ballads From The Wrecked Ship is a real high watermark release- as it’s so creative, distinct and wholly rewarding.” Musique Machine – UK

“Kolejny dziś duet, to także gitara, ale elektryczna (z obiektami!) i dęciak – saksofon tenorowy i klarnet basowy (doposażone w elektronikę). W holenderskiej Hadze, w miejscu zwanym Helicopter, pod koniec listopada 2018 roku spotykamy dwóch intrygujących muzyków. Pierwszy, to nasz dobry znajomy Arvind Ganga, drugi zaś, to trybunowy debiutant Riccardo Marogna. Zagrają dla nas siedem swobodnych improwizacji, których odsłuch zajmie nam 41 minut i 47 sekund. Ganga i Marogna zabierają nas do świata swobodnej improwizacji, która bazuje na żywych instrumentach, ale świetnie łączy ich dźwięki z plamami syntetyki i innymi zdobieniami, które może dostarczyć rozważnie wykorzystywana elektronika. Płyta jest bardzo ciekawie skonstruowana pod względem dramaturgicznym. Pierwsze trzy improwizacje zdają się stawiać na dość masywne, chwilami intensywne frazy (jakkolwiek muzycy rzadko puszczają wodze ekspresji lub tym bardziej hałasują), czwarta zaś część zbudowana jest niemal z samych syntetycznych dźwięków i stanowi intrygujący kontrapunkt. Ostatnie trzy improwizacje, choć budowane z tych samych elementów składowych, jak trzy pierwsze, wydają się na ich tle wyjątkowo filigranowe i tkane z samych niemal drobiazgów. Pierwsza improwizacja kreowana jest przez syczący, preparowany saksofon, który po pewnym czasie ustępuje miejsca klarnetowi basowemu (trzymanie klimatu, to ważna rzecz dla tych muzyków) oraz gitarę z ołowianymi, szorstkimi, jakby niedostrojonymi strunami. Muzyka toczy się leniwie, ale gęsta jest od żywych dźwięków, a także udanych elektronicznych wstrętów, które podkreślają brzmienie dęciaka i gitary, czasami zaś wydają się być ich echem, efektem live processing. Druga część pogłębia jeszcze proces fonicznych dekonstrukcji, przypomina nerwowy dialog kochanków, pełen szumów, półfraz, strachu przed wypowiadaniem złych treści, tudzież elektrycznych oddechów i dętych wyziewów. Uwięziona psychodelia, strzępy ekspresji, które wybuchają jakby mimochodem. Kolejna część przypomina leniwego, martwego bluesa. Saksofon wchodzi do gry po niemal dwóch minutach i pośpiewuje zalotnie. Duetowe gorzkie żale, które dopiero pod koniec dodatkowo zdobione są plamami syntetycznych dźwięków. Anonsowana już wcześniej środkowa część płyty zbudowana jest z gitarowych przesterów i chwilami niemal plądrofonicznej elektroniki. Jedynie na sam koniec improwizacji dociera do nas dźwięk szorowanych strun i uderzania po metalowych powierzchniach. Ostatnie trzy improwizacje kreowane są przez drobne, chwilami wręcz delikatne frazy. Część piąta nie korzysta ze wsparcia elektroniki. Żywe, spokojne frazy saksofonu i gołe, wychudzone struny gitary. Opowieść klei się z kantów i zadziorów, ale nie eskaluje natężenia dźwięku. Szósta opowieść, to gra na małe pola, którą zdobi intensywny pogłos. Preparowane dźwięki klarnetu basowego niesione są wartką poświatą elektroniki. Gitara także preparuje dźwięki, a na zakończenie nerwowo pulsuje. Wreszcie finał tej wyjątkowo smakowitej płyty – szum z tuby, gitarowe short-cuts, akcenty post-percussion, zapewne z wykorzystaniem metalowej obudowy dęciaka. Same drobiazgi, pikantne, efektowne szczegóły.” Spontaneous Music Tribune – Poland

“Er zijn zo van die labels die koppig hun eigen ding blijven doen, los van hypes of de waan van de dag. Labels die aandacht geven aan muzikanten die zich in de marge ophouden. Zo ook het Belgische New Wave Of Jazz, bestierd door gitarist Dirk Serries. Op drie nieuwe releases krijgt de muzikale avonturier wederom waar voor zijn of haar geld. Beide muzikanten zijn al enige tijd actief in de improv scene van Den Haag, maar toch is dit pas de eerste keer dat ze een gezamenlijk album uitbrengen. Gitarist Arvind Ganga verwerkt de meest uiteenlopende invloeden in z’n muziek, van noise tot Noord-Indische raga’s, en is actief in allerhande muzikale bezettingen – voornamelijk duo’s – waarbij Onno Govaert (Cactus Truck) waarschijnlijk de bekendste van z’n muzikale partners is. Saxofonist Riccardo Marogna is oorspronkelijk afkomstig uit. het Italiaanse Verona, maar ondertussen al een tijd actief in Nederland. Net als Ganga is hij betrokken bij allerlei projecten (onder andere met Seppe Gebruers en Gonçalo Almeida) en daarnaast zit hij in de muzikale academische wereld. Naast saxofoon en basklarinet verwerkt hij elektronische effecten in z’n muziek. Op Ballads From The Wrecked Ship gaan beide heren met elkaar in een compromisloze dialoog. De muziek is vaak erg abstract, een samenspel van rustige stukken en momenten vol chaos. Het ene moment zitten Ganga en Riccardo verdiept in gefriemel en gekraak, om daarna uit te pakken met puntige energiestoten. Op “Phantoon” laat het duo de pretentie van ‘muziek’ ver achter zich, maar daartegenover staat dan “The Limp Leaves Waited For Rain, While The Black Clouds Gathered Far Distant, Over Himavant”, waar het duo onder impuls van Ganga een gedeconstrueerde vorm van americana brengt. Ondanks die eerste samenwerking voelt het samenspel tussen Ganga en Marogna meteen heel opvallend natuurlijk aan. Dit zijn verwante, zoekende zielen. Geen eenvoudig te behappen muziek, maar voor wie zoekt naar iets dat de traditionele paden radicaal achter zich laat, heeft dit album heel wat boeiends te bieden.” Enola – Belgium

“Arvind Ganga en Riccardo Marogna laten op hun beurt horen wat een gitarist en een rietblazer samen zoal kunnen bekokstoven. Af en toe gebruiken ze daarbij andere objecten en electronics (die al eens overwegen). ‘Ballads From The Wrecked Ship’ is zeven keer afdalen in de krochten van een wereld waarin vertrouwde aanknopingspunten meteen vervagen eens je ze benadert. Beiden verheffen het tot een aparte kunst om de luisteraar telkens te leiden en te misleiden. Ze lokken je naar ogenschijnlijk vertrouwde bestemmingen maar onderweg lassen ze spaarzaam en uiterst functioneel afwijkingen en verrassingselementen in zodat je al snel elk houvast verloren raakt. Nooit heftig of agressief maar steeds omzichtig en regelmatig met verslavend repetitieve patronen. Ganga en Marogna zijn bovenal meesters in het prikkelen van de nieuwsgierigheid waardoor je steeds weer toch de volgende stap zet. De openingstrack is de ideale aanzet. Een kronkelige ontdekkingstocht in het spoor van twee wetenschappers die op zoek gaan naar de meest originele fieldopnamen en die uiteindelijk eindigt met een zucht van verlichting maar ook met een drang naar meer. Een heuse shot dopamine.” Jazz’Halo – Belgium

“Vanuit Den Haag opereren Arvind Ganga en Riccardo Marogna, die beiden hun debuut maken op het A New Wave of Jazz-label. Ganga speelt elektrische gitaar en maakt gebruik van objecten. Hij onderzoekt de fysieke mogelijkheden van de gitaar en daartoe maakt hij gebruik van verschillende technieken. Ook objecten worden gebruikt om het geluid van het instrument te manipuleren. In zijn vrije improvisaties gaat hij het maken van noise niet uit de weg en in zijn muziek heeft hij een zekere punk-attitude. Hij speelt zowel solo als in samenwerking met gelijkgestemde muzikanten, en ook met dansgezelschappen. Hij is een van de muzikanten op het fantastische freejazz/rock-album Fading Ground, naast Josué Amador en Dirar Kalash. Marogna is van Italiaanse afkomst. Hij speelt tenorsaxofoon en basklarinet en is ook in de weer met elektronica. Die instrumenten speelt hij ook in zijn soloproject Infernal Mosquitoes. Zijn muzikale samenwerkingen omvatten het Sho Shin Duo (met drummer Riccardo La Foresta), Organo (met Aurelie Lierman en Abel Fazekas), DINGEN (met Darina Zurkova) en Ritual Habitual (met Gonçalo Almeida en Phillipp Ernsting. Marogna is ook te horen op het vorig jaar verschenen album ONI van ROJI. Voor Ballads From the Wrecked Ship laten Ganga en Marogna zich inspireren door The Waste Land, het uit 1922 stammende gedicht van T.S. Eliot. Titels van stukken verwijzen naar dat werk en soms betreft dat een hele passage eruit. Eliots gedicht is geen makkelijke en geen vrolijke kost, maar gelukkig leidt dat niet tot muziek die zwaar op de hand is. Het spel van Ganga en Marogna is vrij, experimenteel en speels. Met een stemmige ondertoon, dat wel. Dat wordt direct goed geïllustereerd in ‘Oed’ und lees das Meer’, een frase die Eliot heeft overgenomen uit Tristan und Isolde van Richard Wagner en door de twee muzikanten als titel is gekozen voor de openingstrack. Gitaar en saxofoon/basklarinet tasten de eigen mogelijkheden en die van elkaar af. Dat leidt tot een gedeelte waarin Ganga met een snel pulserend motief een soort drone neerlegt, waar Marogna zijn basklarinetklanken overheen legt, later gevolgd door gitaarklanken van Ganga. De klanken van de instrumenten hebben een scherp randje, wat de muziek een dosis spanning meegeeft. De kleppen van de basklarinet klinken mee en fungeren min of meer als instrument. Mooi is hoe het tweetal steeds intenser gaat spelen en naar een fraaie climax toewerkt. Ganga’s gitaargeluid wisselt en verraadt ervaring in verschillende muziekstijlen. Sonic Youth ligt net zo dichtbij als Marc Ribot en daartussen ligt een heel gebied dat door Ganga wordt bestreken, zonder pathos en zonder egotripperij. Het zachtjes beroeren van de snaren van de gitaar leidt al tot een behoorlijke klank, zodat de muziek nooit erg ingetogen klinkt maar wel geladen is met elektriciteit. Marogna vindt zowel op saxofoon als op basklarinet een mooie middenweg tussen lyriek, experiment en robuustheid, waarbij hij met elektronica de muziek een extra kleur of invulling geeft.
Die elektronica speelt een subtiele rol in ‘Chozodia’, waarin de klanken van de kleppen van Marogna’s saxofoon een krakende nabewerking krijgen. Ganga produceert wrijvende en schrapende geluiden met zijn gitaar, soms ultrakort uitschietend naar rockachtig spel. De muziek is experimenteel en spannend. Marogna speelt met veel lucht en laat soms een saxofoonklank ontnappen, terwijl Ganga zijn snaren afknijpt of juist volle akkoorden speelt, met een gruizige klank. Ook in ‘Phantoon’ voeren experiment en spanning de boventoon, waarbij ook geluiden afkomstig van niet nader te identificeren objecten een rol spelen.
In de langere stukken nemen de twee muzikanten de tijd om de muziek zich te laten ontvouwen en het is opvallend hoe natuurlijk dat gebeurt, bijvoorbeeld in ‘The limp leaves waited for rain, while the black coulds gathered far distant, over Himavant’, dat naar een heerlijk grofkorrelige en noisy apotheose toewerkt. In ‘Kzans’ overheerse hoge tonen en vervlechten de twee de klanken van hun instrumenten, waarbij de individuele stemmen goed hoorbaar blijven. Elk stuk op het album is onvoorspelbaar en onderscheidend. De experimenteerdrift en de soms subtiele maar vooral ongepolijste klanken vormen een fraaie combinatie en Ganga en Marogna zijn welkome nieuwe gasten in de catalogus van A New Wave of Jazz.” Opduvel – The Netherlands

“Keeping things small this time, with only three new releases by A New Wave Of Jazz from Belgium and on the first one, there is electric guitar player Arvind Ganga, of whom I heard before and Riccardo Marogna, on tenor saxophone, bass clarinet and electronics. He is one half of Sho Shin Duo (Vital Weekly 1019), but I didn’t review that one. I do vaguely remember being present at an event where Ganga and Marogna were also playing, but did I see that? I honestly don’t remember. They are from the city of The Hague and have been active in the city’s improvised music scene with some occasional release. They have seven tracks here, recorded in The Hague in 2018, use T.S. Eliot’s ‘The Waste Land’ as a “touchstone”,
whatever that may constitute, and the interaction between both players is great. While the music is all improvised, and there is no escaping that fact, there is an interaction between them that results, at times, in some mysterious music. In ‘Oed’ und leer das Meer’ (“a phrase borrowed by Eliot from Wagner’s ‘Tristan Und Isolde'”) there are a few of these moments, and that’s just opening tracks. The electronics used doesn’t take the sound of the instruments into something entirely different, but add another layer of sound to the existing sound. Both players aren’t afraid to employ a more traditional tune, chord or melody in their work together and, right next to uses metallic brushes upon snares and pieces of tin foil rattling against the wind instruments. It is that mixture of what we know and the venture into the unknown that makes this a very fine release.” Vital Weekly – The Netherlands