nwoj0040


DIRK SERRIES : SOLO ACOUSTIC GUITAR IMPROVISATIONS I
lp

Side A:
1. Axis
2. Grid
3. Cluster
4. Overlap
5. Kinetic

Side B:
1. Factor
2. Rhetoric
3. Sketch
4. Exertion
5. Areal

Dirk Serries played a 1957 Höfner archtop guitar.

Performed, recorded, mixed and mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht (Belgium) on July 31st 2020. 

This is a mono recording, using the AEA R44 Anniversary Edition ribbon microphone placed 50cm away from the body of the guitar. One band eq and variable-mu compression was subtly applied across the spectrum to smooth out dynamics. No other audio processing was used.

Sleeve notes : Guy Peters.
Layout : Rutger Zuydervelt

“Uma Höfner archtop guitar de 1957 nas mãos do Dirk Serries é de nos sentarmos e prestarmos atenção a cada momento em que ele toca naquelas cordas, a cada momento em que nos deixa respirar. Um solo de guitarra acústica num LP que não nos desilude. Começamos com Axis e em menos de 3 minutos estamos em Grid ─ um dos meus temas de eleição deste disco. Permite-nos escutar em diferentes direções, deixa em aberto o que nos será apresentado nos temas seguintes e mostra-nos a versatilidade do Dirk. As minhas raízes, para quem ainda não me conhece, vêm do rock. Ao longo dos anos procurei outros géneros, onde o meu ouvido fosse desafiado. Foi na improvisação que esse desafio me deu mais prazer. Foi na improvisação que descobri, de novo, os instrumentos, os seus corpos, as suas sonoridades, tudo o que deles pode provir nas mãos certas.
Nestas mãos que aqui desbravam a guitarra descubro um disco que me faz voltar atrás nas faixas. Procurar pequenas nuances e pormenores. Ouvir a guitarra e a forma como o Dirk interage com ela. A forma como falam connosco em simultâneo, sem se atropelarem. Em Overlap percebemos isso mesmo: como músico e instrumento se entendem, se deixam levar pelo momento. O Dirk passa as mão no corpo, ora mais subtil, ora mais agressivo e ela, a guitarra, mostra-lhe as suas potencialidades, dá-lhe o corpo para que os possamos ouvir em pleno. Em Kinetic senti-me, mesmo que por poucos segundos, numa dança latina em que nos gingamos, em que seduzimos e somos seduzidos. Começo a deixar-me guiar pelo Dirk. Que a sua Höfner, nua e crua, me deixe ir até 31 de julho de 2020. Até ao momento em que este disco foi gravado no Sunny Side Inc. Studio. Se pudesse sentava-me frente a frente com o Dirk. Teria muito que lhe perguntar. Talvez tentasse perceber que história lhe passou pela cabeça enquanto dedilhava a guitarra. Sons quentes e sedutores. Rhetoric foi o tema que me fez questionar o que lhe iria na mente, que lugares, pessoas, cheiros e sons o fizeram improvisar desta forma. Sketch é o tema mais longo deste disco. Seis minutos de dinâmicas, de momentos intensos, de toques subtis, cheio de garra e vontade. Fiquei em plena harmonia com o decorrer dos segundos, senti que caminhava para o fim do disco. Entro em Exertion de rompante. Reconcentro-me. Fecha-se o disco com Areal, mas não resisti a voltar a Sketch uma última vez antes de parar de ouvir. Voltar a esse tema, é voltar ao resumo do disco. É nessa faixa que temos como que a sinopse de tudo o que já ouvimos e do que está para vir. Aconselho que ouçam com atenção, que se deixem guiar entre mãos e guitarra. O Dirk entra em 2021 em grande com este LP!” Dizsonancias – Portugal

“In 1948 riep de Franse geluidsingenieur en radioproducer Pierre Schaeffer de term musique concrête in het leven. Aanvankelijk ging het om composities uit opnamen van niet-electronische, werkelijke klanken, niet gerelateerd aan een muziekinstrument. Later werd het onterecht synoniem voor elektronische muziek. Naast zovelen in dit concept laat gitarist Dirk Serries echter zijn instrument manueel spreken in abstracte spanningen en klanken, zoals een Alechinsky dat op doek doet. Dit dekt de term ‘concrete muziek’ dus geenzins, maar er kan wel naar verwezen worden. Dit album kwam uit op vinyl op eigen label’ Chris Joris/Jazz & Mo – Belgium

“Ik wil bewust geen perfecte plaat maken”
Voor de veertigste release op zijn label A New Wave Of Jazz besliste Dirk Serries dat het net iets wat specialer mocht zijn. Waarom bijvoorbeeld geen nieuwe soloplaat van zichzelf? En ziedaar ‘Solo Acoustic Guitar Improvisations I’, uitgevoerd en uitgebracht volgens de visie die hij nog steeds hanteert sedert het begin: “The aim of art is to represent not the outward appearance of things, but their inward significance”.
Wie Dirk Serries en zijn label (nog) niet kent, zou kunnen denken dat het hier om een narcistische zet gaat. Niets is minder waar. Sinds de oprichting van A New Wave Of Jazz heeft Serries zich ingezet om muziek uit de marge, in casu gedurfde en soms heel extreme improvisatie, in de kijker te plaatsen door samen te werken met grote actoren uit dit actieterrein. Onder hen Colin Webster, John Russell, Cel Overberghe, John Dikeman en Otto Kokke.

Een Höfner archtop gitaar en een ribbonmicrofoon

Op 31 juli 2020 trok onze man naar de ondertussen voor hem vertrouwde Sunny Side Inc. Studio in Anderlecht, gewapend met zijn “Höfner archtop guitar” uit 1957. Waarom net deze akoestische gitaar? “Een melodieuze songschrijver ben ik niet. Het onderzoek naar klank is mijn ding. Met dat doel voor ogen is de akoestische gitaar het prioritair instrument voor mij. Van de Höfner archtop heb ik zeven modellen. De keuze was deze allemaal te gebruiken voor een enkele soloplaat of met elk apart een opname te maken. Uiteindelijk ging ik voor die tweede optie. De reden: elke gitaar heeft een eigen klank waardoor de fysieke connectie ook verschilt. Overschakelen van het ene naar het andere exemplaar vergt telkens een switch van jezelf”. Haast even belangrijk was de microfoon, een AEA R44 Anniversary Edition bandmicrofoon (ribbonmicrofoon) op precies een halve meter geplaatst. Het voordeel van dergelijk type is dat het geproduceerde geluid nog natuurlijker gevat wordt dan bij een dynamische microfoon. Het was meteen ook de enige in de ruimte, wat maakt dat het hier om een mono recording gaat. Tot hier de technische details. En dan kwam de grote uitdaging om ideeën te kanaliseren. Het gevecht van de eenzame gitarist met de lege opnameband. Vooropgezette structuren had Serries niet in gedachten. “Ik stapte de studio volledig onvoorbereid binnen, met uitzondering van gitaar- en microfoonkeuze. Iets anders werkt niet bij mij. Ondertussen heb ik al de volgende soloplaten opgenomen. Voor volume twee en drie had ik een en ander wat voorbereid waaronder een “prepared guitar” met stokjes. Dat was echt niet mijn ding. Het leidde enkel maar tot belemmering”.

Editing verboden

De korte intro omvat wat schuifelen over de snaren in een gemuteerde bluesmodus. Vergis u niet. Juke joint- of “front porch” taferelen uit het diepe zuiden van de Mississippi-delta zijn niet aan de orde van de dag. Het daaropvolgende ‘Grid’ zet de toon voor het vervolg. Vanaf dan hoor je een artiest die zijn innerlijke kwelduivels pareert. De snaren worden heel wat dwingender beroerd, gekoppeld aan percussieve uitlatingen. Beide kanten laten zich zo beluisteren als de soundtrack bij een kubistisch diorama. Editing is uit den boze bij Serries. Wat hij speelde, is ook op de plaat terechtgekomen. “Ik begon een stuk, pauzeerde even en bouwde dan verder met wat ik net deed. Zo ontstond geleidelijk aan een samenhangend geheel, track na track, op het moment zelf. Het is dus niet zo dat ik een halve dag improviseerde en nadien ging knippen en plakken. Er werden evenmin eventuele fouten weggehaald. Dat is nochtans makkelijk tegenwoordig. Je kan een verkeerde noot wegknippen zonder dat iemand het merkt maar dan bedrieg je jezelf. Ik breng alles ongefilterd, een perfecte plaat maken wil ik bewust niet. In mijn ogen bestaat die trouwens niet. Je mag het moment van zwakheid horen. Er kwam enkel wat mastering aan te pas om het volume in evenwicht te brengen”. Improvisatie als jazzbenadering? De art brut van het gitaarspelen? Een sculpturale snarendans? Allemaal omschrijvingen die slechts een benadering vormen maar vooral een tekortkoming voor deze intimistische luisterervaring. Dergelijk ambachtelijk musiceren verdient het om ontdekt en ontleed te worden door de luisteraar zelf. Deze laatste dient wel een totaal vrijdenkend uitgangspunt in te nemen. Aangezien het een speciale release betreft, is deze niet enkel digitaal verkrijgbaar maar tevens op vinyl, beperkt tot honderd exemplaren. Binnen de kortste tijd wordt dit gegarandeerd een felbegeerd collector’s item. Om Serries zijn trademark als solomuzikant volledig te doorgronden, is het afwachten op de volgende releases in deze reeks van zeven. ‘Solo Acoustic Guitar Improvisations I’ is een ideaal instapmoment.” Jazz’Halo – Belgium

“Following some forty CD releases on his imprint New Wave Of Jazz, Dirk Serries thinks the time is right to expand to the world of vinyl with these two LPs, of which the first one contains music by the man himself. He plays a 1957 Hoffner archtop guitar, and recorded with a single microphone, some 50 centimetres from the guitar and there has been no other audio processing. The liner notes, as always by Guy Peters, are on the front cover, and he uses the extra space the format allows him, to talk some more on the history of free jazz and connects that to punk and self-taught musicians, of which Serries is one. His direct approach to both the guitar and the recording (mono! Phil Spector would have been proud if still alive) makes that you sit up close to the music. It is almost as if Serries is in your living room, playing his guitar. As we know from his recent playing within the field of free improvisation, Serries is a skilful and varied player, not just within the context of playing with others, but also solo. The guitar is all ten of these improvisations easily recognized and yet nowhere it sounds like some conventional. Maybe it sounds to the uninitiated as if somebody plays it without any knowledge as to how to play the damn thing, but to the trained ear (and, hold on, I am not saying I am an expert in this field; not when it comes to guitar playing, nor when it comes to knowing something freely improvised music) of unusual music, I’d say, he knows what he is doing. He plays odd little motifs, but seemingly hitting just strings or notes, but sometimes he repeats them and makes little differences within these and here’s when you recognize someone clueless and someone who sure knows what has to be done. No bowing, no drones, no lengthy spacious journeys, all of his trademarks from his long career, but immediate, direct music.” Vital Weekly – The Netherlands

“Geïmproviseerde muziek gedijt het best in een live-setting waarin je als publiek de spontane vondsten en – als meer dan één muzikant actief is – de interactie niet alleen kunt horen maar ook visueel kunt waarnemen. Bij uitzondering verschijnt er wel eens een studio-album waarop de geïmproviseerde muziek nog beter tot zijn recht komt dan tijdens een concert. Solo Acoustic Guitar Improvisations I van de Belgische gitarist Dirk Serries is zo’n plaat. Even een klein stapje terug in de tijd, naar 12 september 2020. Serries speelt een soloset in een loods in het Limburgse Stramproy (een grote ruimte was nodig in verband met corona). Op verzoek speelt de gitarist nog één keer een solo ambient-concert. In een spaarzaam verlichte ruimte zit de Belg geconcentreerd boven zijn elektrische gitaar, gaat hij op in de lange klanken die hij met zijn gitaar en de voor hem uitgestalde effecten creëert. Je ziet hem de snaren aanslaan, je hoort het alleen niet of nauwelijks. Het is de algehele sfeer die van belang is en elke hoorbare snaarberoering leidt alleen maar daarvan af. Hoe groot is het contrast met het nu verschenen solo-album. De gitarist speelt op een akoestische gitaar, zonder effecten, en in de muziek die Serries nu maakt is het in tegenstelling tot zijn ambient-concert juist de bedoeling dat je elke vingerbeweging en elke beroering van zijn snaren hoort. De attaque is een wezenlijk onderdeel van de vrije improvisatie. Om alles goed te kunnen laten horen, heeft de muzikant ervoor gekozen om slechts één microfoon te plaatsen, zo’n vijftig centimeter verwijderd van de klankkast van de gitaar. De mono-opname die op deze manier is gemaakt, zorgt ervoor dat je je als luisteraar als het ware dichtbij de gitarist en zijn instrument (een Höfner archtop gitaar uit 1957) bevindt. Vier jaar geleden verscheen ook een solo-album van Serries als vrije improvisator. Etched Above The Bow Grip, uitgebracht door het Britse Raw Tonk Records, liet de gitarist horen in onrustige maar gefocuste bui. De improvisaties waren vrij kort, lieten een enorme drive horen om nieuwe terreinen te ontdekken en konden vuige en zelfs noisy gedaanten aannemen. Net als op dat album houdt Serries op Solo Acoustic Guitar Improvisations I de improvisaties redelijk kort. De focus is daar en de ideeën zijn verpakt in een compacte vorm. Die staat overigens niet van tevoren vast, want alles is geïmproviseerd. De onrust die de vrije muziek van Serries kenmerkt, wordt nu anders gekanaliseerd. Een ruige rand heeft de muziek nog steeds, maar de noise is verdwenen. Serries blijft op zoek naar nieuwe wegen en is nog steeds zo leergierig als een jonge muzikant. Met andere woorden: de muziek ontwikkelt zich nog steeds en Serries wordt als gitarist nog steeds beter. Wat dat laatste betreft: Serries hoeft dat niet zo nodig te etaleren. Het gaat om de muziek, niet om het ego van de muzikant. Dat is ook wat het nieuwe album biedt: tien improvisaties die zijn ontstaan puur uit liefde voor geïmproviseerde muziek, voor de zoektocht naar nieuwe klanken, een nieuw geluid en nieuwe manieren om het instrument te bespelen. Enkele referenties naar Tonus, het project waarin Serries het minimalisme verkent, zijn waar te nemen in de muziek op dit solo-album, maar merendeels gaat het om bedrijvige improvisaties die wegdrijven van dat minimalisme. Opener ‘Axis’ is daar een goed voorbeeld van, beginnend met een paar tonenreeksen en een rol voor stilte. De klankkast mag zijn werk doen en de tonen mogen doorklinken, iets wat bij Serries als vrije improvisator niet altijd gebeurt. De muziek beweegt zich in oneven bewegingen voort, er is geen vaste ritmiek, evenmin als een vaste melodielijn, maar beide aspecten zijn wel aanwezig, op een bijna recalcitrante manier en zonder dat je er vat op krijgt. Mooi zijn ook het spel met hoge tonen en de rommelige omgeving waarin die klinken in ‘Grid’. De zoektocht is duidelijk en de muzikale verkenningen zijn prachtig om te horen. Door de heldere weergave komt de dadendrang optimaal tot zijn recht. Serries’ combinatie van afknijpen en laten doorklinken van tonen komt in diverse stukken tot uiting en ook dat is mede te danken aan de sublieme sound van het album. Nauwkeurige beluistering van de muziek van de gitarist was niet eerder zo eenvoudig: elk klein geluid is hoorbaar en met de ogen dicht is het niet moeilijk om een voorstelling te maken van hoe de handen en vingers van Serries over de snaren bewegen. Voor aangenaam getokkel ben je natuurlijk aan het verkeerde adres, maar wat de Belg doet is veel spannender: in hortende, haperende en hakkelige bewegingen de muzikale schoonheid ontdekken. Die is er zelfs, of misschien wel juist in een stuk met veel afgeknepen klanken als ‘Overlap’ of in de schrapende geluiden van ‘Factor’. Spannend is het fluisterzachte laatste gedeelte van ‘Sketch’, inclusief subtiele tikken op de klankkast. Met slechts één instrument, één microfoon en zonder ook maar de kleinste neiging om groot uit te pakken, is Solo Acoustic Guitar Improvisations I een muzikaal rijk album. Het is een ontdekkingstocht met klanken, bewegingen en technieken. Daarnaast is het onmiskenbaar Serries die met zijn originele ingevingen een eigen muzikale wereld schept, deze keer geholpen door het optimale geluid. Als improvisator klonk de gitarist niet eerder zo goed.” Opduvel – The Netherlands

“Początek płyty zdaje się być odrobinę minimalistyczny – zapętlone frazy gitary rozpływają się w powietrzu i czekają na oddech ciszy. Brzmienie jest suche, matowe, ale narracja dość szybko nabiera wigoru. Podszyta rockowym posmakiem, może też czymś na kształt meta americana, daleka od schematów improwizacji ala Derek Bailey. W drugiej części muzyk zdaje się być bardziej delikatny w swych poczynaniach, sprawia wrażenie, jakby liczył struny, być może traktuje je czymś innym niż kostką gitarową. Garść mechaniki zakładu szlifierskiego i piękne mikrofrazy na wybrzmieniu. Kolejna historia zbliża się do abstrakcyjności stylu Baileya, ale muzyk wplata w narrację wątki post-bluesowe, nadając opowieści nowy wymiar. I znów narracja bogata jest w wydarzenia, jakże daleka od minimalizmu fraz otwarcia. Czwarta improwizacja, to już prawdziwa perła w koronie. Delikatne szarpanie za struny, echo matowych fraz, które łapią źdźbła dźwięku. Struny na uwięzi walczą o swoje, ale muzyk jest zdeterminowany i nie daje sobie w kaszę dmuchać. Buduje twardy strumień dźwiękowy. Z czasem akordy zdają się być coraz ostrzejsze, tną powietrze jak skalpel. Piąta część – dla odmiany – płynie spokojem akustycznego ambientu, znów z nutką bluesa w kącikach ust i intrygująco wybujałą rytmiką.

Szósta improwizacja, i znów maltretowanie strun. Skowyt i drżenie, mechanika trudnych przypadków. Z tego bólu rodzi się całkiem dynamiczna narracja, która bystrze przechodzi w fazę meta relaksacyjną, z ciszą w roli wisienki na torcie. W kolejnej części jak mantra powraca posmak bluesa. Tu jest nieco pokraczny, jego frazy zdają się być delikatniejsze, czystsze, ale już po chwili stają się uroczo zapiaszczone. Ósemka, to kolejna perełka – dark acoustic z echem, szmerami i polerowaniem gryfu do pełnej suchości. Artystę w improwizacji zdaje się wspierać cały instrument, także pudło rezonansowe. Struny sprawiają wrażenie, jakby dostały się pod prasę hydrauliczną. Pełne jednak desperacji zdolne są wydawać dźwięki. W przedostatniej improwizacji muzyk stawia na moc i refleksyjny pogłos wybrzmiewania, klejący się do ciszy. To znów opowieść świetnie skonstruowana dramaturgiczne. Wreszcie finał tej przygody – trochę siłowania się ze sprężystością strun, badanie wytrzymałości materiału. Krwawiące naciągi wciąż są w stanie wydawać piękne dźwięki! Powraca nieczęsty na tej płycie duch Baileya, a stara, ponad półwieczna gitara ostatecznie kona w dłoniach artysty.” Spontaneous Music Tribune – Poland

‘Solo Acoustic Guitar Improvisations’ is een totaal ander album, al was het maar omdat je met een onversterkte akoestische gitaar natuurlijk nooit die klankwolken kunt produceren als op de vorige twee albums. Maar er is meer aan de hand: dit album past namelijk perfect bij de nieuwe weg die Serries de afgelopen jaren heeft gelopen, richting de vrije improvisatie en die op dit A New Wave of Jazz volop aan bod komt. Het was dan ook een kwestie van tijd voordat Serries in deze stijl met een soloalbum zou komen. In tien miniaturen verkent hij zijn instrument en de mogelijkheden tot het realiseren van een onverwacht klankspectrum. En dat hij zich daarbij niet beperkt tot traditionele speltechnieken zal u niet verbazen. Neem ‘Grid’ waarin Serries op vervaarlijke wijze de snaren onder handen neemt, ‘Cluster’ waarin hij op benijdenswaardige wijze hermetische patronen te voorschijn tovert en ‘Factor’ waarin alles piept en kraakt. Kortom het betreft hier een weerbarstig album waarin Serries op zoek gaat naar een geheel nieuwe definitie van het begrip schoonheid, één die mij overigens prima bevalt.” Nieuwe Noten – The Netherlands