nwoj0037

NWOJ0037_cover_square_3500px

COLIN WEBSTER & ANDREW LISLE : NEW INVENTION
cd

Knucklas
Zennor
Knill
Discoed
Yardro
Kuggar
Gweek

Colin Webster : alto saxophone
Andrew Lisle : drums

Performed at Shrunken Heads Studio, London on 24th May 2019. Recorded and mixed by Senor Al Funklinos.  Mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht (Belgium).

Sleeve notes : Guy Peters.  
Layout : Rutger Zuydervelt.



REVIEWS

“Webster, who has also recorded with Dirk Serries and Lisle who plays with Alex Ward are part of other groups together. But this stripped-down duo gives them more freedom to stretch musically and they do so over seven tracks. Surprisingly, one “Kuggar” is as muted as the other are clamorous with single tones vibrating from within the saxophone’s body tube and these echoes affiliated with drum top spills. Otherwise the improvisations are ferocious with Lisle working his way through pops, claps and pats as Webster’s strategies vary from razzing reed buzzes to eviscerated note and tones. His vibrating snarls approach New Thing energy and often are pushed with spreading nephritic vigor. Staccato bites from the saxophone are often met with frenetic ruffs and paradiddles from the drummer. Besides breaking up his rhythmic thrust, Lisle emphasizes different parts of his kit, so before tuning shrill, the exposition of “Knill” is introduced by what sound like tambourine bumps. Everything comes to a head on “Yardro”, the longest track, as a renal mid-range introduction from Webster moves higher until it reaches altissimo power and is doubled by positioned smacks from Lisle. Tellingly, before the two reconvene their dialogue, there’s an a capella reed section where Webster seems to be spearing timbres from the horn’s innards. Followed by a set of doubled rebounds from the drummer, the reed coda wraps together nasal snarls and whinnying extensions. If unbridled, stripped down sonic exploration is your cup of tea or glass of wine – depending on your nationalist perspective – then you’ll be able to quench your thirst with this disc” Jazzword – Canada

“Productieve tijden bij Dirk Serries’ A New Wave 0f Jazz-label. Volgens Discogs zit het label ondertussen aan zijn eenenveertigste release. De laatste twaalf daarvan dateren van het rampjaar 2020, We pikten er voor jou twee uit. Op ‘New Invention’ tonen rietblazer Colin Webster en drummer Andrew Lisle zich gepokt en gemazeld: de twee hebben er al behoorlijk wat platenwerk en kilometers opzitten [onder andere in Kodian Trio met Serries) en dat is onmiskenbaar te horen aan hun samenspei. Dat is behoorlijk energetisch, maar het duo trekt haast nooit de alles-moet-kapot-kaart. Webster blaast frenetiek en wild op zijn altsax, maar blijft altijd lucide en inventief en Lisle is daar de perfecte ritmische tegenknie voor.  Het samenspei is dusdanig strak, dat het duo wel een centrale zenuwbaan Iijkt te delen. ‘(sb)” Gonzo Circus – Belgium

“In de Britse improvisatie en ver daarbuiten kunnen we zo langzamerhand niet meer heen om de altsaxofonist Colin Webster. Ook in onze contreien is hij, met name door de samenwerking met de gitarist Dirk Serries, een graag geziene gast. Tijd om deze veelzijdige musicus en eigenaar van het label Raw Tonk hier eens uitgebreider te portretteren. Vandaag daarbij ook de schijnwerpers op drummer Andrew Lisle met wie hij al de nodige jaren intensief samenwerkt.  Laten we daarom beginnen met het op Serries’ label A New Wave of Jazz verschenen ‘New Invention’ waarop we de twee in duet horen. Beiden hebben een voorliefde voor de onstuimige, op het eerste gehoor meer chaotische vormen van de vrije improvisatie, zo leert ons ook opener ‘Knucklas’ en het verdere verloop van dit stormachtige album. Er is hier echter wel degelijk structuur, maar door het ongewoon hoge tempo en de grote mate van complexiteit valt het niet altijd mee om die te ontwaren. Daarbij komt de tomeloze energie van Webster, of zoals Guy Peters het noemt binnenin ‘New Invention’: “his ‘punk’ spirit”. Het is het type saxofonist, vergelijk hem rustig met mannen als John Zorn en Dave Rempis, die alles uit de kast trekt. Ons en zichzelf nauwelijks rust gunnend. Lisle heeft echter geen enkele moeite om hem bij te houden. Een eindeloze stroom roffels, zo nu en dan onderbroken door een spervuur aan gerichte slagen dicht naadloos ieder gaatje dat er dreigt te vallen. De twee zitten elkaar van begin tot eind op de hielen. De enige uitzondering op al dit muzikale geweld is ‘Kuggar’, het zesde stuk. Hier laten de beide musici horen ook prima overweg te kunnen met ingetogen noten en de daarbij behorende stiltes.” Nieuwe Noten – The Netherlands

“Twee creatieve beeldenstormers die onverzoenlijk tegenover elke vorm van conformisme staan. Instappen met voorafgaande introductie is er niet. Hoge saxofoonnoten en kinetische drums zetten meteen de toon. Een explosieve aanzet met een onderbrekingspunt na drie minuten maar de intrinsieke dynamiek blijft gehandhaafd, niet alleen in de openingstrack maar ook nadien in de overige zes “nummers”. Eenlijnig en consistent wat de energiestroom betreft, complex en gelaagd op gebied van de onderlinge dialogen. Het dwingt respect af hoe beiden hecht samengeklit de immanentie van het moment volhouden van de eerste tot de laatste noten. Een heftigheid en radicaliteit die je alleen aantreft bij de grootsten. Orgelpunt is het twaalf minuten durende ‘Yardro’ gevolgd door de enige rustpassage van de cd waarmee ze haast hun extreme semantiek demythologiseren. Ingeblikt op 24 mei 2019 in de Shrunken Head Studio (Londen).” Jazz’Halo – Belgium

“3 out of 5 stars rating ! New Invention is a visceral and often highly intense jazz record- that barely ever lets-up, in either its pace nor attack. The seven-track album brings together alto sax player Colin Webster, and percussionist Andrew Lisle. The CD release appears on the Belgium label New Wave Of Jazz and comes in their house style white & grey boxed mini gatefold.  In the release two page write-up, which sits in the middle of the gatefold, Guy Peters talks about raging punk spirit, and that’s very much the key to this record- as both Webster & Lisle truly batter & bay their instruments, with only a few moments of respite in the release entire forty five minute runtime.
We kick off as we mean to go on with near eight-minute barrage that is “Knucklas”- here we find violently honking & sputtering honks meeting rapidly shuffling and bonding drums. For the first half, it’s a raging all attack, but in the second half the pair are playing brutally volley ‘n’ snake. As we move on we come from one of the shorter & manically cheeky tracks in the form of “Knill”- which severs up just over three and half minutes of locked & rapid seesaw sax harmonics, with speedily circling chime & kit runs.  Towards the latter half of the album we come the most lengthy attack here- the nearing twelve-minute darting & twisting of “Yardro”- which pairs cluttering & smashing percussion runs with searing and speed twists of horn bay, wail & scream- with along the way some nicely manic just horn break downs.  If your after a  jazz record that sonically batters & bruises, yet at the same pumps you up & exhilarates you too- then I’d say New Invention will be for you. And I’ll be most certainly looking out for future releases from both Webster & Lisle, as both players are as energetic as they are creative.” Musique Machine – UK

“New Invention (nwoj0037) bringt mit ANDREW LISLE dann ein ganz besonderes Trommeläffchen von der Insel, das seine närrischen Aktivitäten entfaltet in The Spring Trio mit Daniel Thompson, mit John Dikeman, mit Alex Ward und im Kodian Trio mit Dirk Serries und COLIN WEBSTER. Doch, wie man so sagt, he already had me with Shatner’s Bassoon! Webster seinerseits hat da noch in Anthony Joseph & The Spasm Band afrofunky getrötet, bevor er mit Mark Holub (von Led Bib, Blueblut) um die Häuser zog. Er überquerte den Kanal für den ‘New Wave of Dutch Heavy Jazz’ mit Dead Neanderthals und koordinierte dann seinen Tenorsaxfuror im reißverschlussengen Verbund seines eigenen Labelchens Raw Tonk mit dem NWOJazz von Dirk Serries. Simpel, allzu simpel gesagt, verhält sich Webster zu John Dikeman wie Lisle zu Weasel Walter, als ein Feuerspucker, der immer 150% gibt, kirrend und tobend bis das Schwein pfeift. Lisle rappelt dazu wie aufgedreht, ganz high energy. Wie losgelassen knattert er über die Snare und gibt zwischendurch noch Gas im ratternden Flow, der Websters launige Spaltklangkapriolen und Reibeisentiraden aufnimmt oder auch freistellt, damit sie sich als lebenslustig ‘gweek’ender Überschwang ergießen. Beide konzentrieren sich dabei gern auf einen nur handtellergroßen Fleck, um darauf ihr Tremolo und das ostinate Spitfire abzufeuern. Erst ‘Kuggar’ zieht einen rostigen Klangdraht über löchrige und blecherne Perkussion, wobei Webster vor lauter Weh- und Wermut fast die Spucke wegbleibt. Das Finish bringt aber nochmal pure Rasanz, ein fiebrig tremolierendes Rollen und Toben über das volle Drumspektrum zu gabbernder Tenoristik, die sich wie mit Presslufthammer an Beton- und Holzköpfen zu schaffen macht.” Bad Alchemy – Germany

“For no particular reason, I picked up the one by Colin Webster (alto saxophone) and Andrew Lisle (drums), with a recording they made on 24th Ma, 2019 in a London studio. Not sure if I mentioned this before, but all releases by this Belgium label (not totalling close to forty releases) have liner notes by Guy Peters and here he talks about punk and their
lack of respect for rules. I understand what he says, even if the music here is hardly punk. Hardly? Not at all, at least not in the sense people use the word ‘punk’ conventionally. This is a free jazz release with an incredible amount of energy, vibrancy and speed in their tracks (which is to be understood as in ‘pieces’ but also the road they travel together). As I was playing this CD I was thinking that one thing was very much non-punk and that is the clear musicianship of the two players (and yes, I know in the classic punk tradition many were great players); there is little doubt there. Apart from one quieter piece, ‘Kuggar’, the remainder of this release is all heavy-duty free improvised/jazz improvisation and one that leaves you sufficiently tired afterwards. For me, the untrained and casual listener of this kind of music, something I enjoyed very much (occasionally) but I took a short walk outside before returning to the task of hearing new music.” Vital Weekly – The Netherlands

“Saxofonist Colin Webster en drummer Andrew Lisle vormen samen tweederde van het freejazztrio Kodian Trio, maar ook in andere samenstellingen zijn de namen van de twee Engelsen terug te vinden. Als duo zijn ze ook actief, getuige de eerdere uitgaven Firehouse Tapes (cassette op Websters label Raw Tonk, 2015) en Void Into Shape (Norwegianism, 2017). Op het nu bij A New Wave of Jazz verschenen New Invention geven de twee nog maar eens een masterclass in hoe opwindende en inventieve freejazz te spelen.

Daarvoor exploreren de twee muzikanten zowel ontgonnen als onontgonnen gebied; het eerste omdat de manier van werken van het duo niet wezenlijk is veranderd, het tweede omdat elke improvisatie weer een nieuwe zoektocht is, een nieuwe en onvoorspelbare verkenning van het werkterrein dat nauwelijks grenzen en beperkingen kent. Webster beperkt zich tot het bespelen van de altsax en Lisle is in de weer met een basic drumkit. Deze muzikanten hebben geen uitbreiding van het instrumentarium nodig om hun muzikale zegje te doen, uitgezonderd een paar extra’s aan de zijde van Lisle: de kleine bekkens in ‘Yardro’ en de tamboerijn in ‘Discoed’.

De muziek van het duo is druk en intens, waarbij men in staat is om een enorme power aan de dag te leggen met slechts twee instrumenten. In opener ‘Knucklas’ wordt daar direct een fraai staaltje van weggegeven. Mooi is de plotse overgang naar een gedeelte waarin de energie wat getemperd wordt, waarna die vervolgens weer opgebouwd wordt. Het ritmische gevoel van Lisle is verbluffend en vooral zijn spel op de snaredrum springt er in verschillende stukken uit, waarbij we dan ook het tikken op de rand van het instrument meetellen evenals het spel zonder activatie van de snare. Het spel van de drummer past perfect bij Websters nerveuze dadendrang waarin hij verschillende blaastechnieken in een hoog tempo combineert. De intensiteit is rauw maar ook wisselend en daarmee dwingt het duo aandachtig luisteren af. Dat het tweetal ook ingehouden en minimaler kan spelen, wordt bewezen in het spannende ‘Kuggar’.

Bovenal is het het speelse element in de zeven improvisaties dat maakt dat New Inventions zo’n luisterrijk album is geworden. Aanstekelijk kun je de muziek niet noemen, want die is weerbarstig en eigenwijs, maar het speelplezier en de avontuurlijke inslag maken dat je je als luisteraar makkelijk kunt overgeven aan de muziek. De improvisaties zijn spontaan, creatief, levendig en temperamentvol en wie van onstuimige en veelzijdige freejazz houdt, komt hier uitgebreid aan zijn trekken.” Opduvel – The Netherlands

“Muzycy, którzy nagrali już sto tysięcy wspólnych płyt, tym razem spotkali się w londyńskim Shrunken Heads Studio, a działo się to pod koniec maja ubiegłego roku. Webster zagrał wyłącznie na saksofonie altowym, Lisle na pełnym zestawie perkusyjnym. Ich siedem improwizacji potrwało mniej więcej trzy kwadranse.

Skrzeczący rytmicznie saksofon zwiera szyki z pełnowymiarowym circle drumming, w szprychy którego Andrew – bez utraty dynamiki – wplata jakieś tajemnicze preparacje (na talerzu? na werblu?). Całość od pierwszego dźwięku brzmi niesamowicie! Narracja kipi emocjami – akcja goni tu akcję, dźwięk pędzi za dźwiękiem. Muzycy prą do przodu, aż lecą iskry! Andrew niczym Edward Nożycoręki, Colin prawie jak Mechagodzilla! Kompulsywny taniec straceńców – thrash free improvised jazz! Przez moment zdejmują nogę z gazu, biorą głęboki oddech, po czym ruszają dalej i ponownie stłuką się po mordach. Na sam finał serwują nam szczyptę dłuższych fraz, tudzież garść bardziej tanecznych emocji. Druga część zaczyna się spokojnie, ale to jedynie pozór. Andrew buduje bazę, Colin parska na poły rytmiczną nadbudową. Od dawna są już jednym ciałem, które wije się w konwulsjach. Drummer szczytuje kreatywnością, saksofonista jest z nim w każdej sekundzie tej eksplozji. Trzecia część, to poniekąd ciąg dalszy tej błyskotliwej apokalipsy. Każdy nerw naciska tu na nerw interlokutora. Full drive, straight to hell or heaven, what they want! Kolejna opowieść zaczyna się, jak na warunki tego nagrania, dość spokojną, perkusjonalną introdukcją, która przemyca źdźbła rytmu. Colin włącza się strumieniem melodyjnych fraz, które w ułamku sekundy stają w płomieniach. What a game!

Piąta improwizacja ponownie nie zabija nas pierwszym dźwiękiem, szuka klimatu, który starają się kreować saksofonowe drony i skrupulatna (acz już dynamiczna) zabawa w liczenie krawędzi werbla i tomów. Muzycy potrzebują niespełna 120 sekund, by wejść w tryb hardcore free jazz. Narracja toczy się bardzo dynamicznie, ale faluje jej intensywność i moc. Popis techniki i kreatywności dzieje się na naszych oczach, a tym bardziej, w naszych uszach. Po drodze napotykamy jeszcze na zwarte solo saksofonu (drżenie i wertykulacja tuby!) i jeszcze krótsze solo perkusji. Najdłuższa improwizacja wieńczy swój los, oczywiście, w płomieniach ognia. Szósta część już definitywnie daje nam chwilę wytchnienia. Szumy z tuby z dronowym przydźwiękiem, szelest perkusjonalii. Piękny kosmos spowolnienia, rezonansu, kind of crazy ballad. Saksofon śpiewa naprawdę rzewnie, perkusja stawia na small accidents. Finał tej po prawdzie genialnej płyty znów stawia nas na baczność! Wysoko zawieszony alt mości się na talerzowej ekspozycji. Duet szuka tempa, ale nie jest nadmiernie zdeterminowany w tym dziele. Po pewnym czasie tempo jednak dopada muzyków, którzy znów zlepieni w jedno ciało, niczym syjamskie kocury, tanecznym krokiem prowadzą nas (który to już dziś raz?) w samo serce ognia. Amazing!” Spontaneous Music Tribune – Poland