nwoj0035

NWOJ0035_cover_square_3500px

COLIN WEBSTER & DIRK SERRIES : LIGHT INDUSTRY
cd

Spring
Bearing
Switch
Blade
Wires
Nail

Dirk Serries : acoustic guitars
Colin Webster  : alto sax

Performed, recorded, mixed and mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht (Belgium) on September 6th 2019.

Sleeve notes : Guy Peters.
Layout : Rutger Zuydervelt

“Een nieuwe worp cd’s (acht in totaal) op A New Wave Of Jazz biedt de mogelijkheid om weer eens uitgebreid in te zoomen op de persoon Dirk Serries. Niet voor het eerst, maar aangezien de man zich blijft vernieuwen, blijven wij hem hier bespreken. Daarom in dit eerste verslag twee duo-albums, in een tweede verslag gevolgd door twee trio-albums en een kwartet. Dat daarbij direct een keur aan geestverwanten voorbijtrekt – Serries is de laatste tijd niet meer zo van de vaste bezettingen – is alleen maar een voordeel. Eén zo’n geestverwant is saxofonist Colin Webster. Ze kennen elkaar al jaren en werken onder andere samen in het Kodian Trio, Tonus en Fear Falls Burniing en maakten eerder, in 2018, samen ‘Gargoyles’. En nu ligt er ‘Light Industry’.  Verkennende bewegingen van Serries in ‘Spring’ en Webster, die de kleppen van zijn altsax beroert en speelt met valse lucht. Het is alsof ze nog even op gang moeten komen. Gaandeweg haken de patronen in elkaar en bemerk je dat ze niet voor het eerst samen spelen. Bijzonder is daarbij de wijze waarop Webster zijn sax bespeelt; als ware het percussie, een stijl die opvallend goed past bij Serries’ al even percussieve gitaarspel. Voor we een herkenbare saxklank horen, zijn we drie minuten verder. Maar dan horen we wel dat typische Webster-geluid: zangerig, met een hang naar lyriek en aanschurkend tegen de melodie enerzijds en schril, disruptief en grensverleggend anderzijds. Met ‘Bearing’ gaan we weer terug naar af, naar de schermutselingen in het grensgebied. Dit keer blijven de twee in deze wat onbestemde regionen voor een eersteklas klankspel, al zorgt Webster soms voor meanderende klankpatronen. ‘Switch’ kent iets dat je met wat fantasie een ritme kunt noemen, neergelegd door Serries. Webster bouwt erop door, maar doorkruist het evengoed op fantasievolle wijze. Websters sax klinkt aanvankelijk in ‘Blade’ als een misthoorn, terwijl Serries op de achtergrond trefzekere accenten plaatst. Maar wat begint als een stemmig stuk transformeert langzaam maar zeker in een weerbarstig duet. In ‘Wires’ beginnen we piepend, sissend en knarsend en met geen mogelijkheid is te ontdekken wie nu precies welk geluid maakt. En ook hier is structuur weer ver te zoeken en lijken de twee elkaar vooral af te tasten. Een beeld dat in ‘Nail’, dat tot slot van dit album klinkt, niet wezenlijk verandert.” Draai Om Je Oren/Nieuwe Noten – The Netherlands

“Serries is ook op akoestische gitaar te horen op Light Industry. Saxofonist Colin Webster is de muzikale partner op dit album. Het zijn twee muzikanten die regelmatig in elkaars gezelschap verkeren, zoals in het Kodian Trio (met drummer Andrew Lisle), een kwartet met John Dikeman en Andrew Lisle, diverse samenstellingen van Serries’ Tonus-project en als duo (op de cd Gargoyles uit 2018). De twee kennen elkaar van haver tot gort, zou je kunnen zeggen.  Toch weten Webster en Serrries elkaar nog steeds uit te dagen. Hun muzikale reikwijdte is groot en dat betekent dat ze als duo legio mogelijkheden hebben, of dat nu freejazz (Kodian Trio, het kwartet), minimal music (Tonus) of geïmproviseerd korte baanwerk (Gargoyles) betreft. De twee voelen elkaar perfect aan en kiezen nooit voor de makkelijke weg.  De interactie tussen Serries en Webster, die op dit album altsax speelt, is een hele andere dan die tussen Serries en Malmendier, en dat ligt niet alleen aan de verschillende instrumentatie. Waar Malmendier in zijn dadendrang een redelijk relaxte indruk maakt, daar is Webster de rusteloze onruststoker. Met allerhande (blaas)technieken weet hij steeds weer te verrassen en de ideeën volgen elkaar in hoog tempo op. Serries past zijn spel niet zozeer aan aan dat van de saxofonist, maar er ontstaat als vanzelf een bepaalde dynamiek tussen de twee spelers.  De muziek op Light Industry is nerveus, springerig, maar ook speels en levendig. De twee muzikanten zijn druk met spelen én luisteren en het is bijna alsof je ze dat hoort of ziet doen. De respons is snel en wie het voortouw neemt, is vaak moeilijk te horen. Er is overigens ruimte voor ingetogener passages. Dan schuilt in het spel van Webster en Serries wel ongeduld, de wil om de dadendrang snel weer op te pakken. Het is geen muziek van lange lijnen, maar van spontane ingevingen en snelle schakelingen. Toch lijkt achter elke improvisatie een overkoepelend idee te zitten, al is dat niet van tevoren bedacht.  Light Industry telt zes stukken. In elk daarvan gaan de muzikanten op onderzoek uit, niet alleen naar de mogelijkheden van hun eigen instrument, maar ook naar de samenhang met het instrument van de muzikale partner. Dat levert schurende passages op, maar ook stukken waarin de een even rust vindt en de ander ontregelt. Soms lijken de instrumenten naar elkaar toegetrokken te worden, niet omdat de klanken op elkaar lijken maar omdat overeenkomsten in het spel zijn te ontdekken.  Dat ‘ontdekken’ is hier het toverwoord, want dat is wat de muzikanten én de luisteraar doen. Zelfs na tien luisterbeurten vallen nog nieuwe dingen op, vallen puzzelstukjes op hun plaats en blijkt er schoonheid te zitten in robuuste stukken muziek. Webster en Serries dagen niet alleen elkaar uit, ze dagen ook de luisteraar uit. Wie de uitdaging aangaat, wordt rijkelijk beloond.” Opduvel – The Netherlands

“Dirk Serries (akoestische gitaar) en Colin Webster (altsaxofoon) gedurende net geen drie kwartier als “duo infernale” op pad in een claustrofobische wereld waar niets is wat het lijkt en elke klank een andere verbergt. Onderweg nemen ze de tijd voor het verkennen van hun instrument en proberen ze de meest extreme mogelijkheden uit.  Het leidt tot licht alternerende curves van volume en tempo. De toevalsfactor speelt zoals steeds in dergelijke context een rol maar de twee gaan vooral heel bewust op zoek naar ijkpunten die ze kunnen integreren in hun syntaxis. Ze outen zich op deze manier als meesters in het blootleggen van het verschil tussen verstorende associaties en verstoorde verbanden. Een conditio sine qua non is dat de luisteraar de nodige inzet en concentratie aan boord legt om deze onthullingen te detecteren. Vooral omdat beiden niet teruggrijpen naar expliciete citaten of hulpmiddelen maar hoofdzakelijk een economisering van hun argumentatie hanteren.  Kan ook wel omschreven worden als een auditieve sudoku.” Jazz’Halo – Belgium

“This sweater is making me itch.” Kevin Press/The Moderns – Canada

“The recording of the duet by Dirk Serries and Colin Webster took place nine months after the previous one was recorded and this time we find them in. a more direct approach to their instruments. Like the release by Andrew Cheetham and Alan Wilkinson from last week, this is a release that brings us home to the world of free jazz more than some of the others. It is all a matter of semantics, no doubt, what is free jazz and what is improvisation, but there is something in the way Webster treats his instrument, with short phrases, jumping about, all over the place and Serries’ more controlled abuse of the guitar, not playing chords, phrases or such, going up and down the fretboard with his bands, hardly using the sustain, etc. This brings some vibrant music, controlled (Serries more that Webster) and chaotic (vice versa). It
is not as chaotic and far out as the Cheetham and Wilkinson, but here too we find some very wild energy but in quite some different ways.” Vital Weekly – The Netherlands

“*** ½ rating. Serries and Webster meet again at their favorite studio, Sunny Side in Anderlecht, Belgium, in September 2019 for an intimate duo where Serries plays only acoustic guitars. They already recorded a duo album before, Gargoyles (Raw Tonk, 2018) and Light Industry continue their restless search for new challenges, dynamics, and textures, but now in expanded improvisations that deepen their personal approaches, including unique, extended techniques and manipulations of their instruments. The free-associative improvisation focuses on dense, fierce and nervous interactions without committing themselves to coherent patterns or narratives. Only “Blade” attempts a more contemplative approach but without giving up its thorny perspective. The self-taught Serries runs all over the strings, plucks and hammer the strings with irresistible, manic force while Webster keeps shouting and crying his provocative calls, but both Webster and Serries are always attentive and immediately responding to each other’s gestures.” Free Jazz Blog

“Ulubieni muzycy tej części improwizowanego świata (przynajmniej z perspektywy tych łamów) od pierwszego dźwięku wiodą opowieść ścieżką gęsto usianą dźwiękami. Surowa, niemal bailey’owska gitara i prychający, niczym kot w infekcji, saksofon altowy, nie bez agresji i z pewnością bez niedomówień, patrzą sobie prosto w oczy i nie mają jakichkolwiek artystycznych wątpliwości. Gdy alt osiągnie pierwszą fazę śpiewności, spirala narracji będzie już pracowała na pełnych obrotach. Nawet, gdy po czasie, dynamika ich dialogu nieco siądzie, brnąć będą dalej metodą dźwięk za dźwięk. Potem jeszcze krótka faza imitacji, a po wejściu Colina na najwyższy poziom kreatywności, krok w pół galop i piękny finał gotowy! Druga historia trzyma się przyjętej na wejściu estetyki – kolektywnie, ciało w ciało, bez respektu – muzycy zdają się jednak operować szerszą paletą środków wyrazu. W dalszej części Dirk stawia na nieco luźniejsze struktury, Colin zaś parska i rży niczym koń. Zejście w ciszę, w połowie utworu, to już majstersztyk! A po restarcie Colin znów udowadnia, iż saksofon altowy, to jego prawdziwy oręż doskonałości.

W kolejnej części muzycy generują fonie niemal meta riffami, są flażolety i dziki piski spod dysz. Dużo kantów i soczystych zadziorów, czynionych z pełną mocą. Po czasie Dirk nabiera tempa i gęstości, Colin, dla odmiany, dmie suchym powietrzem nad wyraz przestrzennie. Czwarta opowieść delikatnie wyhamowuje. Gitarzysta liczy struny, saksofonista klei smukłe półdrony. Kind of very dirty ballad for non lucky loosers! W połowie tej pieśni muzycy nabierają wigoru i pasji niszczenia, w kompulsywnej histerii docierają do ostatniego dźwięku.

Modulowany i preparowany dźwięk na strunach gitary wprowadza nieco tajemniczości do kreowanego obrazu rzeczywistości. Tuba dyszy, skwierczy i piszczy – dla podkreślenia wagi sytuacji. Muzycy, jak na mistrzów w swoim fachu przystało, i ich bystre dźwięki w piękny sposób nabierają stosownej gramatury, masy i ciężaru właściwego. Akustyka nagrania eksploduje urodą! Czas na finałową improwizację – dysze saksofonu stukają jak metronom, gitara śle filigranowe drobiny fonii, niespodziewanie nasiąknięte bluesem. Narracja wydaje się nabierać bardzo cielesnego wymiaru, jakby każdy dźwięk lepił się do drugiego. Gdy w końcu alt zacznie śpiewać, będzie snuł flow niepozbawiony akcentów percussion. W tym czasie gitara, step by step, nabierze dynamiki i powiedzie opowieść ku efektownemu zakończeniu. Gdy wejdzie w fazę repetycji, alt znajdzie ciszę, a światło zgasi kolejny … metronom, tym razem wzbudzony na gryfie gitary.” Spontaneous Music Tribune – Poland

“LIGHT INDUSTRY” is another one great release on “a new wave of jazz”. An album totally based on free improvisation, avant-garde jazz and experimental music, was recorded by Dirk Serries (acoustic guitars) and Colin Webster (alto saxophone). Both musicians are open to new ideas and evocative decisions – an interesting fusion of avant-garde jazz, free improvisation and experimental music is created.

“LIGHT INDUSTRY” is based on free improvisation. The music doesn’t have any borders or strict lines – both musicians are creating a multi-layed, colorful and passionate musical background. There’s no strict restriction, which musician is creating the melody line or rhythmic section. The music is bright and exciting, fullfilled with luminous riffs, wild culminations or silent pauses. Guitarist Dirk Serries is getting on original experiments and researches of strange tunes – his compositions based on free improvisation and contrasting pieces gently joined together. From distance, silent pauses, monotonous abstract contemplations and deep silence the music is filled with gentle lightness, soft ornaments, fragility or passion. Lyrical mood, soft and gentle pieces and minimalistic pieces are leading to wild culminations, breaking riffs fused with expressive melodies, light flowing passages, strange timbres, sharp tunes, aggressive perturbations and vibrant solos. Guitar is virageous and bright, filled with dynamic turns, silent pauses, monotonous depressed tunes and sparkling vital riffs. Spontaneous solos, surprises, bright contrasts, modern expressions and universal kit of instrumental section are the main compounds of Dirk Serries music. Even though the compositions are made from huge range of playing techniques and expressions related to bebop, post bop, other modern jazz styles, contemporary academical or experimental music, avant-garde jazz and free improvisation are the main fundaments of guitar compositions. Ornamented exclusive ornamental texture, gorgeous timbres, sonoristic experiments and modern playing techniques produced by guitar gently fit together with saxophone. Colin Webster is the master of his art – his music is dynamic and thrilling. It’s switching between sparkling riffs, transcendental passages, hot thrills, full blasts of energy, radiant spills and relaxing cool pieces based on repetitive series, minimalistic samples, deep solemn contemplations and abstract researches of strange colorful timbres. The music is effective and dynamic, based on surprising decisions, spontaneous solos, sudden changes and extended playing techniques. The instrumentation is innovative and universal – a wide range of expressions, timbres, sounds and ways of improvising of all ranges is used here. A succesful collaboration of both musicians makes an inspiring, innovative and passionate sound.” Avantscena – Poland