nwoj0032

NWOJ0032_cover_square_3500px

DANIEL THOMPSON : FINCH
cd

Improvisation One
Improvisation Two
Improvisation Three
Improvisation Four
Finch

Daniel Thompson  : acoustic guitar

Improvisation One To Four
Performed, recorded, mixed and mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht (Belgium) on August 9th 2019.
Finch
Recorded by Daniel Thompson in London on the 26th September 2019

Sleeve notes : Guy Peters.
Layout : Rutger Zuydervelt

“Thompson behoort tot de school van Britse gitaarexperimentalisten waar ook Bailey, Frith of Russell deel van uitmaken. Het titelstuk heeft hij thuis opgenomen in London, maar de 4 genummerde improvisaties zijn ontsproten aan een sessie in de Sunny Side Studio in Anderlecht. Nummer 1 vormt de zachte aanloop naar de hevige tweede waar Thompson klinkt als een gitaaranalfabeet die op zoek gaat naar tonen, klanken en onconventionele geluiden. 3 is meer van dat, maar bevat een meditatieve fase waarin een mooie dialoog met de stilte wordt aangegaan. 4 releveert dan weer de poëtische kant van de gitarist. Daarmee is de lijn voor de hele plaat uitgezet. Thompson heeft een hevige, heldere aanslag en weet zich telkens te redden uit de knopen en vallen die hij zichzelf heeft opzet. Finch is een fascinerende exploratie van de akoestische gitaar voor het juiste moment.” Jazz & Mo – Belgium

“Opgegroeid in Norfolk en inmiddels deel uitmakend van de bruisende improvisatiescene in Londen, begon Daniel Thompson in zijn jonge jaren met vioolspelen, wat hij bij het opgroeien al snel verruilde voor de gitaar. Twee jaar studeren bii John Russell leerde hem het metier: Dat leidde niet alleen tot een stel samenwerkingen die resulteerden in plaatwerk, onder meer met Steve Noble, maar ook tot samen musiceren met coryfeeën binnen dit wereldje als John Edwards, Caroline Kraabel, Alex Ward en Evan Parker. Tijd om het eens alleen te doen. Het resultaat is ‘Finch’, een album dat hij helemaal inspeelde met akoestische gitaar. Vreemd hoor, want we zouden kunnen zweren dat we ook een piano hoorden, maar daar is in de hoesnota’s niets over terug te vinden. Meestal kabbelt de muziek rustgevend weg, maar schijn bedriegt. Er zit altijd wel een stukie in dat schraapt en wroet.” Gonzo Circus – Belgium

“De in Londen wonende gitarist Daniel Thompson is een van de vertegenwoordigers van de vruchtbare Engelse vrije improvisatie/freejazz-scene. Thompson speelt zowel solo als in samenwerkingsverband. Hij werkte onder andere met John Edwards, Steve Noble, Alan Wilkinson, Alex Ward en Evan Parker. Finch is niet de eerste cd op het A New Wave of Jazz-label waarop de gitarist te horen is. Hij speelt in het verderop te bespreken kwartet SETT en vorig najaar verscheen Boskage, een duo-album van Thompson en saxofonist Colin Webster.  De Engelse gitarist speelt akoestische gitaar. Op Finch doet hij dat in drie lange en een korte improvisatie en een miniatuurtje. Dat laatste duurt slechts 11 seconden, maar het is het titelstuk van de cd. Thompson opent met de korte improvisatie, twee minuten in beslag nemend. Zijn spel is minimalistisch en de stilte tussen de spaarzame noten is een belangrijk onderdeel van de muziek. De klanken mogen helemaal wegsterven voordat een volgend stuk volgt. In de stille momenten is de spanning om te snijden.  Finch is echter geen minimalistisch solo-album, zo blijkt uit de drie lange improvisaties. Toch heeft Thompson niet veel noten nodig om tot muziek met een grote zeggingskracht te komen. Het hard of juist zacht aanslaan van de snaren, het laten samengaan van twee of meer harmonieuze of licht dissonante klanken, het tijdens het doorklinken van klanken een nieuwe klank toevoegen die de klankkleur een andere kant opduwt: het zijn voorbeelden van ogenschijnlijk eenvoudige, maar scherpe ideeën die de muziek van de gitarist zo boeiend maken om naar te luisteren. De Engelsman komt ook robuuster uit de hoek, zoals in ‘Improvisation One’ gebeurt na zo’n drie minuten, en dan is de dadendrang een stuk groter. Toch blijft de muziek transparant klinken, ook als snelle korte frasen elkaar in hoog tempo opvolgen of als de intensiteit toeneemt.  De muziek van Thompson is zo opgenomen, dat het heel dichtbij klinkt. Je zit als luisteraar bij wijze van spreken aan de voeten van de gitarist. Zijn ademhaling is te horen en ook enkele klanken die aan zijn keel ontsnappen. Het draagt bij aan het live-gevoel dat de muziek uitstraalt. Thompson beperkt zich niet tot conventioneel spel, maar trommelt op en wrijft over zijn instrument, al dan niet gebruikmakend van voorwerpen.
Belangrijker dan de gebruikte technieken, zijn de ideeën van de muzikant en hoe hij die vorm weet te geven. Thompson doet dat op zijn eigen wijze, met gevoel voor esthetiek maar ook op weerbarstige wijze als de spontane ingeving daarom vraagt. En ja, het is handig als je als gitarist over een fijne techniek beschikt, wat bij de Engelsman zeker het geval is, maar het doel is het overbrengen van gevoel. Daarin slaagt Thompson in zijn improvisaties glansrijk.” Opduvel – The Netherlands

“Hier horen we de Britse gitarist Daniel Thompson in zijn eentje op gitaar gedurende zo een drie kwartier. ‘Improvisation One’, ‘Improvisation Two’, ‘Improvisation Three’ en ‘Improvisation Four’ werden op een dag ingeblikt. De aanslagen op de snaren zijn afwisselend strelend en licht percussief. Soms wordt slechts een enkele snaar aangeraakt, dan weer alle snaren samen. Vage schetsen volgen op meer afgetekende miniatuurtjes.  Telkens opnieuw wordt de aandacht van de luisteraar getrokken door wissel van akkoorden of net het ontbreken hiervan. Net als bij een mikadospel vergt dit een opperste concentratie van de speler. Thompson stelt zich tot doel prikkels uit te zenden door obsessioneel gebruik te maken van het contrast tussen contemplatieve stilte en zacht vibrerende geluidsgolven. Zelfs in de vingervlugge passages filtert hij alle overbodige ballast weg. Toch klinkt het eindresultaat allesbehalve monolithisch en is er wel degelijk sprake van bezieling en zelfs vervlechting van dimensies. Voor de afsluitingstrack ‘Finch’ (10 seconden geruis!) koos Thompson volgens de hoesinformatie een nieuwe datum en trok hij naar een andere locatie. Vroeger zou dit een ghosttrack geweest zijn. Britse humor?” Jazz’Halo – Belgium

“If you’ve ever wondered how a solo acoustic guitar recording could legitimately be described as a jazz record, look no further.” Kevin Press/The Moderns – Canada

“I started with what is also the only release by a solo player, Daniel Thompson on acoustic guitar. It contains music recorded in a studio called the Sunny Side Inc. Studio on August 9th 2019, surely one of those hot days of the previous European summer. Previously, I heard Thompson’s music as part of a duo with Colin Webster (Vital Weekly 1198) on the same label, which I quite enjoyed and this one is along similar lines. Playing improvised music on an acoustic guitar goes back a long way, to Derek Bailey and many others (seeing Olaf Rupp playing one was a personal highlight for me) and Thompson does a great job. He plays short phrases and repeats them for a while, allowing for small changes in them. Within a piece he can switch to other techniques or even picks up a bow, scratching and bending strings, but his playing does not seem to the extent to going all nervous and hectic string abuse (like a kid would uncontrolled go up and down the strings). Thompson keeps his playing refined, delicate and, above all, controlled. Not necessarily his playing is always quiet, even when an element of introspection seems to be running through all of these pieces (the fifth being twelve seconds long, and more like studio left-over sound), but some delicate force is never far away.” Vital Weekly – The Netherlands

“Poemat kreatywnej, minimalistycznej improwizacji na gitarę akustyczną solo zaczynamy w stanie … klinicznego niemal minimalu – akord, cisza, akord, cisza, dwa akordy i cisza – dwuminutowa introdukcja mija wyjątkowo długo. Po niej czas na trzy rozbudowane, kilkunastominutowe opowieści. A na sam finał płyty … jedenaście sekund szumu, który wyczerpuje wątek utworu tytułowego.

Improwizacja druga, to cisza powolnych, spokojnych i łagodnych fraz gitarowych. Pojedyncze akordy, flażolety, półdźwięki, które z mozołem lepią się w coś na kształt narracji. Suchy, dźwięczący flow niczym niezmąconej akustyki. Bez dróg na skróty, z częstym wszakże użyciem repetycji. Chwilami pachnie Baileyem, ale całość naznaczona jest bystrym zmysłem dramaturgicznym Thompsona. Czasami opowieść smakuje rockiem, nawet rockabilly, ale to tylko ułamki sekund, zajawki, tego, co mogłoby się wydarzyć, ale … nie wydarzy się. W drugiej części utworu jest czas na duże porcje repetującej ciszy, skupionych półpreparacji, pasaży swobodnych oddechów i westchnień muzyka. Na sam jej zaś koniec, pierwsze próby bardziej aktywnej postawy gitarzysty – poszukiwanie i odnalezienie jego ulubionej metody budowania narracji, czyli na poły rytmicznego, konsekwentnego piłowania strun giętką kostką lub innymi przedmiotami. The one and only metallic and acoustic sound.

Improwizacja trzecia zaczyna się meta frazami czegoś, co przypomina zmutowany … country rock. Muzyk skacze po gryfie zwinnymi, kocimi ruchami, stawia stemple dźwięków, jakby znaczył teren, regulował zasady współistnienia w jego czasoprzestrzeni. Dystans, precyzja i dramaturgiczna nieśpieszność, dużo powietrza pomiędzy frazami i permanentny oddech minimalizmu, jako zasady kardynalnej. Po kilku minutach cisza zdaje się przejmować na moment pełnię władzy. Pod koniec utworu muzyk proponuje nieco więcej dźwięków. Zaczynają one ze sobą cudownie rezonować, budować metafizykę swobodnej improwizacji. Delikatne flażolety rozbrzmiewają, struny piszczą i skowyczą, wszystko funkcjonuje jednak na granicy kreatywnej łagodności. Wejście w czwartą improwizacją, w jej części początkowej nic nie zmienia w obrazie całości. Pojedyncze frazy, repetycja, cisza, półakordy, które budują dramaturgiczny suspens. Wyczekiwanie na to, co zdarzy się za moment pachnie ceremoniałem niespełnienia. W drugiej połowie utworu muzyk wybudza nas z letargu minimalizmu – jakby flow nabierał nieco masy i zgrzebnej dynamiki, jakkolwiek w wymiarze pasikonika, która skacze po mokrej trawie. Dużo zdrowego fermentu wnosi do opowieści użycie pałeczki, którą muzyk tratuje gryf gitary i naznacza opowieść ciekawym walorem post-perkusyjnym. Dźwięki, choć w stu procentach akustyczne, jakby nabierały wymiaru elektroakustycznego. Daniel zaczyna piłować struny ostrym przedmiotem, ale nie porzuca trybu perkusjonalnego. Definitywnie kreśli tym samym najciekawszy fragment płyty. Gdy czwarta improwizacja wygaśnie, pozostanie nam jedynie owe kilkanaście sekund szumu, o którym wspominaliśmy na wstępie.” Spontaneous Music Tribune – Poland