nwoj0029

NWOJ0029_cover_square_3500px

JÜRG FREY : Echo.Trio.Fragile.Eyot.
cd

Paysage d’échos (2009)
Jürg Frey, harmonica, melodica, piano

Streichtrio (1997)
Angharad Davies, violin
Johnny Chang, viola
Stefan Thut, violoncello

Equilibre fragile (2014)
Jürg Frey, bird pipes

Eyot (2004)
Antonio Correa : piano

1 and 3 are documentations of sound installations

Streichtrio : recorded by Fabio Oehrli, at KuK Aarau, February 24th, 2013
Editing, Mixing, Premastering: Fabio Oehrli, Tonlabor Bern

Eyot : recorded by Mateo Añez and Diego Herrera at studio 3 at Pontificia Universidad Javeriana. Bogotá March 12th 2019. Editing, Mixing, Premastering: Fabio Oehrli, Tonlabor Bern

Paysage d’échos : performed, recorded, edited, mixed by Jürg Frey, Aarau, 2009

Equilibre fragile : performed, recorded, edited, mixed by Jürg Frey, Aarau 2014

Mastered by Fabio Oehrli at Tonlabor Bern.

Sleeve notes : Guy Peters.
Layout : Rutger Zuydervelt

“Op de cd van de Zwitser Jürg Frey mogen we wel piano horen.  Hij had een opleiding als klarinet speler, maar speelt net zo goed piano en hij componeert ook stukken voor andere instrumenten. Op ‘Echo.Trio Fragile.Eyot’ zijn vier uiteenlopende werken te horen uit verschiilende periodes uit zijn carrière. Twee ervan vormen de neerslag van een geluids- installatie die hij ontwierp. ‘Streichtrio’ wordt uitgevoerd door, lnderdaad, een strijkerstrio dat de wisselwerking tussen geluid en stilte onderzoekt. Vooral dit werk vraag een inspanning, omdat er heel dikwijls nauwelijks iets te horen valt. Vogelfluitjes zijn het, in allerlei toonhoogtes, die perfect aansluiten bij de essentie van het werk van Frey: zich beperken tot het allernoodzakelijkste. Hoe minder noten, hoe minder de stilte wordt doorbroken, hoe meer het de interesse opwekt van Frey.” Gonzo Circus – Belgium

“3 out of 5 rating. Echo.Trio.Fragile.Eyot is a selection of four highly minimal modern compositions works from Swiss composer and clarinettist Jürg Frey. The pieces here utilizes both skeletal & sparse instrumentation, often slow pacing, silence & pause- to create thoughtful, at times moody works that flit between lulling repetition, spaced atmospherics, and even the occasional more jarring & subtly playful moment. The seventy-four minute CD appears on New Wave Of Jazz the Belgium label who put out improv, & avant-to- modern composition releases. As with all this labels releases the CD is presented in their identical house style mini gatefold which features grey boxes with white text on the front & back, and inside text write-up about the composer/ and or players, and the work to hand.  The four works are evenly split between sound installation works & stand-alone composition- each of the four tracks falls between sixteen & twenty minutes, and due to often very sparse & spaced layout of the works; one often feels you are adrift in a timeless sonic space.  First up we have 2009 sound installation “Paysage D’echos” this is the longest track here at just over the twenty-minute mark – and it’s a curious opener because there’s almost a subtle playful/ quirky edge to it. The track finds Frey playing a mixture of harmonica, melodica & piano- these are laid in slow ‘n’ spaced patterns- either spread out as overlaying hovers, simmer sustains, or revered darts. The very subtle playful edge comes from the lulling & swaying harmonica elements, which gives a feeling lulling whimsicality- though the piano & melodica grounds the whole thing in a more moody territory. Next, we have 1997 “Streuchtrio” this composition slides in at just shy of the twenty-minute mark- and here we have a blend of Violin- played by Angharad Davies, Viola- played by Johnny Chang, and Violoncello by Stefan. And for this track things are very much about slowly dragged ‘n’ hovering string tones- that are pulled out into often sour slicing/ grating simmers.  Of the four tracks here this is my least favourite- as it never seems to fully develop into anything wholly captivating- with the extended use of silencing & spacing feel frustrating instead of interesting, as none of the tones seem to develop or create much atmosphere.  Track number three is 2014 “Equilibre Fragile”- this eighteen-minute thirteen-second track finds Frey playing bird pipes. Once again it’s very much about waving, at times seesawing tones, that Frey lays out into a sour & wonky whistling haze that’s rather effective, and bittersweet in its feel.  Lastly we 2004’s “Eyot”- and this slides in at sixteen minute and fifty-second mark. This is just for solo piano played by Antonio Correa, and I’d say it’s my favorite of the four works here. The piece structure moves between stark rising notation, and doomy lower strikes- between these we get wonderful moody pregnant pauses, which both build anticipation & atmosphere in a most rewarding manner.  As a release Echo.Trio.Fragile.Eyot is very much at the sparse ‘n’ spaced side of minimal modern composition. All four works need the listener to slow down & let the works drift over them; it’s all about concentration, memory & sly moodiness.” Musique Machine – UK

“Jeśli stan letargu, pewnego rodzaju medytacji, jaki udało nam się osiągnąć podczas odsłuchu poprzedniej płyty, pragniemy utrwalić po wsze czasy, dobrym sposobem będzie blisko 75-minutowa podróż dźwiękowa, która metody twórcze Philippakopoulosa skutecznie udoskonala. Tu autorem zjawiska będzie szwajcarski kompozytor Jürg Frey. Cztery kompozycje/ nagrania/ dźwiękowe instalacje z lat 1997-2014, wykonane przez różnych muzyków w różnych momentach dziejów tego świata (2009-2019).
Dzieło otwarcia Paysage d’échos (2009) wykonuje sam kompozytor, generujący minimalistyczne fonie na trzech instrumentach, którymi są harmonika, melodica i fortepian. Choć dźwięków tu jak na lekarstwo – wszechobecna cisza rządzi i dzieli – to w wielu momentach docierają do nas jednocześnie dźwięki z trzech źródeł, stąd wniosek, iż muzyka nie jest wykonywana w pełni na żywo, a raczej ma formę dźwiękowych instalacji (co zresztą potwierdza opis płyty). Ów minimal & spiritual dead sounds trwa niemal pełne 20 minut, dobrze buduje nastrój, ale pozbawia nas dramaturgicznej puenty, czyniąc całe przedsięwzięcie pewnego rodzaju sztuką dla sztuki. Ta skromna uwaga dotyczy po prawdzie wszystkich kompozycji na omawianej płycie.
Druga kompozycja Streichtrio (1997) wykonywana jest przez trio smyczkowe: Angharad Davies – skrzypce, Johnny Chang – altówka oraz Stefan Thut – violoncelle. Znów koncepcja polega na wydawaniu krótkich dźwięków zatopionych w ocenie ciszy. Trzy strunowce, delikatnie preparowane, splecione w jednolity dron, brzmią doskonale, powodując, iż właśnie ten fragment płyty jest godzien naszej szczególnej uwagi, jednakże przy setnym powtórzeniu sekwencji dźwięków niekoniecznie łechta ono nasze endorfiny. W trzeciej części Equilibre fragile (2014) powraca Jürg Frey, który korzysta z bird pipes, których dźwięki znów docierają do nas przy zastosowaniu formuły instalacji. Efektem ponad 18-minutowa sekwencja ptasich nawoływań w obliczy cokolwiek martwej przyrody, tradycyjnie z ciszą w roli głównej. Na finał krążka Eyot (2004), a podmiotem wykonawczym Antonio Correa na fortepianie. Narrację buduje pojedynczy dźwięk czarnego klawisza, masywny i groźny, skonfrontowany z wysokim, delikatnym dźwiękiem klawisza białego. Mistrzem ceremonii pozostaje wszakże cisza.” Spontaneous Music Tribune – Poland

“De Zwitserse componist Jürg Frey is een van de oudgedienden in de Wandelweiser-groep. Dat is een groep van componisten die zich in hun werken toeleggen op rustige, spaarzame en kwetsbare soundscapes waarin ook stilte een onderdeel van de muziek vormt. De muziek van John Cage is een lichtend voorbeeld voor Wandelweiser-componisten, maar ook Morton Feldman is een hoorbare invloed in veel werken die binnen de Wandelweiser-filosofie passen.  Op Echo.Trio.Fragile.Eyot worden vier uit verschillende perioden stammende werken van Frey bijeen gebracht. Het gaat om twee composities en twee weergaven van muziek die door installaties is voortgebracht. Het verschil tussen wat een compositie is en wat een installatie, vervaagt. Overeenkomst is dat het om minimale muziek gaat en dat stilte een onlosmakelijk onderdeel is van die muziek.  De muziek die je hoort klinkt zacht en komt op zacht volume ook het best tot zijn recht. Frey onderzoekt in hoeverre klank stilte kan benaderen en hij komt dichtbij. Met de ogen gesloten en zonder afleiding komen de gespeelde tonen vanuit stilte tot stand en verdwijnen ze daar ook weer in. De muziek kent een zeer bescheiden expressie en de passages met geluid zijn kort. Het is geen ambient in de zin van het met lange tonen creëren van geluidslandschappen met meer of minder emotie. Het gaat hier om de abstracte compositie zelf, in combinatie met wat er al is: de stilte.  Dat wil niet zeggen dat de muziek niets teweegbrengt. Integendeel. Het kader mag dan strikt zijn en de muzikale expressievorm bescheiden, er is wel degelijk sprake van emotionele impact, zozeer zelfs dat de muziek ontroert. Dat komt door de manier waarop de spaarzame klanken zijn samengesteld en het verbond dat de muziek aangaat met het geluidsloze. De muziek kan rust geven of een melancholisch gevoel, maar herbergt ook een bepaalde mate van spanning. Die wordt vooral gecreëerd in de stille gedeeltes van de werken. Elke noot die wordt gespeeld of gecreëerd is van eminent belang; er bestaat geen hiërarchie.  Alle vier de werken van Frey zijn muziekstukken die beginnen en zonder opzienbarende ontwikkeling na een bepaalde tijdsperiode weer ophouden. Voor de installatie-werken geldt dat de tijdsduur onbepaald is, of wordt bepaald door het beëindiging van de opname of het uitzetten/beëindigen van de installatie. Op de cd zijn dus documentaties van de installaties vastgelegd. In de composities ligt het einde wel vast, maar een hoorbaar verschil hierin met de twee werken voor installaties, is er niet. Voor de muziek geldt dat er geen stip op de horizon is, geen duidelijk omschreven doel waar naartoe wordt gewerkt. Er is het hier en nu, de muziek en de ervan onderdeel uitmakende stilte. Meer is niet nodig voor een intrigerende luisterervaring.” Opduvel – The Netherlands

“Meteen het buitenbeentje van het hele pakket. Niet alleen omdat oudere opnamen van verschillende artiesten gecombineerd worden met recentere takes maar vooral wegens het doorgedreven minimalisme van Jürg Frey, de componist van alle stukken.
‘Paysage d’échos’ (2009) is een solomoment van Frey zelf op harmonica, melodica en piano. Het betreft de soundtrack van een geluidsinstallatie waarbij de meest poëtische weefsels haast ongemerkt in elkaar overvloeien. “Slowtime” maar dan in de betekenis van de macht om de tijd stil te zetten. Een principe dat we ook terugvinden bij het collectief van Book of Air. In ‘Streichtrio’ (1997) komt een strijktrio aan de beurt. Angharad Davies (viool), Johnny Chang (altviool) en Stefan Thut (cello) gaan op verkenning in dezelfde schemergebieden. Vergeet barokklassiekers of de romantische meesters uit de twintigste eeuw. Hier zijn stilte en ruimte de hoekstenen van een universum waar je in het luchtledige lijkt te zweven. Met een haast psychosomatische drang streven de drie naar “less is more”. ‘Equilibre Fragile’ (2014, eveneens in de context van een geluidsinstallatie) is eigenlijk een passende titel voor alles wat er op het label verschijnt.
Opnieuw Jürg Frey solo maar deze keer op “bird pipes”. Als luisteraar neem je wederom een duik zonder vangnet in een onmetelijke stilte waarin af en toe fluittonen weerklinken die niets te maken hebben met exotische vogelsoorten maar des te meer met het creëren van ongrijpbare patronen. Tenslotte is er nog een pianosolo van Antonio Correa (‘Eyot’, 2004). Ook hier is het steeds geduldig wachten op de volgende noot om uiteindelijk een totaalbeeld te krijgen. Het spelen met weergalm maakt deel uit van het hele proces.” Jazz’Halo – Belgium

“Onlangs lanceerde Dirk Serries op zijn onvolprezen ‘A New Wave of Jazz’ label weer acht nieuwe albums, waarbij hij zich, we zijn het inmiddels gewend, niet beperkt tot de vorm van vrije improvisatie die hij zelf beoefend. Net als in de vorige worp en bij de keuze voor het festival dat vorig jaar oktober eenmalig plaatsvond in De Singer, Rijkevorsel, balanceert Serries ook nu weer tussen hedendaags gecomponeerd en vrij improvisatie. De muziek van Jürg Frey is daar een toonbeeld van en ‘Echo.Trio.Fragile.Eyot‘ vormt een prachtige aanvulling van Frey’s discografie.
Frey kwam hier begin deze maand reeds ter sprake, toen met drie stukken voor klein ensemble, gespeeld door Ordinary Affects. De aanleiding was een uitgave bij Edition Wandelweiser Records. Dat juist Frey nu ook door Serries is uitgekozen, is geen toeval. We kennen de man zijn voorliefde voor dit type componisten en ook de uitvoerenden: Angharad Davies, Johnny Chang, Stefan Thut en Antonio Correa zijn zeer gewaardeerde collega’s. Vier stukken bevat dit album, uit de afgelopen 25 jaar van Frey’s carrière. Twee installaties en twee stukken voor kleine bezetting. Zelf zegt hij over de keuze voor dit album: “For the Cd I was looking for two installations to relate to the static compositions and to bring an opening to it blur the distinctions between composition and installation. And now, maybe the installations might be experienced even more as composition than the two other pieces.”  In ‘Paysage d’échos’ zet Frey niet alleen een harmonica, een melodica en een piano in, maar ook drie luidspreker, ver uit elkaar. De installatie stond in 2009 in het Zwitserse Aarau, waar Frey deze opnames maakte. Intieme, fragiele klanken, schijnbaar zonder echte samenhang. De harmonica en melodica zet Frey in om wolken van klank te produceren, als de branding. De piano om spaarzame accenten toe te voegen. Ook ‘Equilibre fragile’ is een installatie, dit keer uit 2014. En ook gaat het om de opnames van een eenmalige actie, zonder partituur. Voor dit laatste stuk gebruikt Frey vogelfluitjes en zeven luidsprekers over zo’n honderd meter geplaatst in een boomgaard. Wil je dit stuk echt naar waarde kunnen schatten, dan verdient het aanbeveling het te beluisteren met een goede koptelefoon. Is het volume bij Frey normaal gesproken al niet erg luid, hier moet je je echt concentreren om de nuances mee te krijgen. Dan hoor je de vogelfluitjes, in diverse toonhoogtes, naast zeer zachte achtergrondgeluiden. Gaandeweg ontstaat er iets van samenhang en ja, wat Frey zelf zegt klopt. Beide stukken krijgen uiteindelijk iets van een eenheid, al was dat geen vooropgezet plan.  ‘Streichtrio’ stamt uit 1997 en wordt hier uitgevoerd door violiste Angharad Davies, altviolist Johnny Chang en cellist Stefan Thut. Stellen dat dit een a-typisch strijktrio is, is een understatement. Het enige dat dit stuk met al die beroemde voorbeelden gemeen heeft, is de bezetting. Frey laat ze unisono  klanken spelen, klinkend als een zwerm insecten. De klanken lossen iedere keer op in de stilte, waarna daar weer nieuwe uit opdoemen. Ook in het laatste stuk ‘Eyot’, gespeeld door pianist Antonio Correa, valt het op: Frey beperkt zich in zijn composities tot het hoogst noodzakelijke, verkent de grens tussen muziek en stilte, geïnteresseerd als hij is in de vraag: “how close to silence a sound can get. Can silence even be inside the sound?” ‘Eyot’ lijkt deze vraag met een “ja” te beantwoorden.” Nieuwe Noten – The Netherlands

“Four remarkable avant-garde recordings, two of which document sound installations – gently inspiring.” Kevin Press/The Moderns – Canada

” I easily admit I don’t know much about Jürg Frey, the Swiss composer, other than he is a member of the Wandelweiser group of composers. What I do know is that his music is very quiet, almost like non-existing and I had to turn up the volume quite a bit here to hear anything at all. According to the liner notes the four pieces are connected even when they are quite different, both in composing and performing. Two pieces are from installations and are performed by Frey alone. In ‘Paysage D’Echos’ he plays harmonica, melodica and piano and in ‘Equilibre Fragile’ bird pipes. The latter piece is so extremely silent that I had to turn up the volume a lot and yes, there are bird pipes and even more silence. I liked the other one better, in which the notes are sustained on the harmonica and melodica, while the piano plays sparse notes. Somehow this sounds like a very sorrowful piece of music. Frey using a computer, which I somehow found remarkable, played all instruments on both of them. The other two pieces are ‘Streichtrio’, for violin, viola and violoncello and ‘Eyot’ for piano. In the trio piece, it seems as if the three instruments are barely touched upon. They are, you can hear that, but almost with some hesitation, it seems, and always followed by a bit of silence. I am not sure if I would say the same of the piano piece. There are intervals with silence here too, but not so much the hesitant approach to the keys, I think. The cover explains that all of these pieces can be regarded as ‘static’, without much direction or journey and that’s why they appear on a CD together. It is quiet and it’s static and it’s surely quite beautiful. Best enjoyed by letting it all just happen as it rolls along.” Vital Weekly – The Netherlands