nwoj0028

NWOJ0028_cover_square_3500px

ANDREW CHEETHAM & ALAN WILKINSON : THE VORTEX OF PAST TIME
cd

Axial Velocity
Tangential Velocity
Inner Radius
Outer Radius

Andrew Cheetham : drums & percussion

Alan Wilkinson  : alto & baritone saxophones, bass clarinet, voice

Recorded & mixed at Queen’s Ark Audio, Manchester by Karl Sveinsson on 25th April 2017. Mastered by Alex Ward in London in January 2019. Title taken from the novel ‘Austerlitz’ by W. G. Sebald.

Sleeve notes : Guy Peters.
Layout : Rutger Zuydervelt

“Alan Wilkinson was a key member of the 1980s Leeds Improv scene – saxophonist with Xero Slingsby’s early group Crow, and founder of The Termite Club, which hosted such luminaries as Evan Parker, Derek Bailey and Lol Coxhill.  He formed a legendary, ferocious trio with drummer Paul Hession and the late bassist Simon H. Fell. In 1990 he moved to London, where he has worked with Peter Brötzmann, Thurston Moor and Pat Thomas, and has a trio with John Edwards and Steve Noble.  Wilkinson is a free improviser who comes out of free jazz – nothing unusual in that.  The long tracks here ‘Axial Velocity’ and ‘Tangential Velocity’, where he goes head to head, energy-wise with drummer Andrew Cheetham, are close to free jazz.  The shorter tracks ‘Inner Radius’ and ‘Outer Radius’ have free impov episodes.  The drummer’s contribution is immense, with a fine nuance to his interventations.  Wilkinson has recently added bass clarinet to alto and baritone saxophones – it appears here to most compelling effect on ‘Tangential Velocity’.  Wilkinson’s sound on all horns is punkish, swaggering and bombastic.  It’s brash, a blast, not rich or centred – tonal beauty isn’t the aim.  Here, I’d argue, Brötzmann stands between Evan Parker and Wilkinson.  Tonal beauty may be appreciated by jazz lovers, but Wilkinson’s fans appreciate his passionate, high energy plaing.  It’s all about attitude.  There are parallels with the case of Anthony Braxton.  An internal critique denies that we should judge Braxton by a standard of instrumental perfection that – on alto saxophone at least – he rejects.  With Wilkinson as with Braxton, the result is often music that I respect and admire, without particularly loving it.” The Wire – UK

“Wbrew tytułowi płyty, naszej podróży nie zaczynamy w londyńskim Vortexie, ale w Manchesterze, w miejscu zwanym Queen’s Ark Audio. Jest koniec kwietnia 2017 roku, są z nami: Andrew Cheetham – perkusja, instrumenty perkusyjne oraz Alan Wilkinson – saksofon barytonowy, altowy, klarnet basowy i … głos. Cztery improwizacje, 54 minuty.
Wybuchowy, ognisty koncert paternalistycznego free jazzu składa się w dwóch zasadniczych części i tyluż znacznie krótszych dogrywek. Międzypokoleniowy duet brytyjski, z którym śmiało można konie kraść, jest tu w stanie zadowolić nas w każdym momencie. Pilny (świetnie słucha), dokładny (zawsze zna ilość krawędzi swojego zestawu), niezwykle dynamiczny i bardzo kreatywny dramaturgicznie drummer (doskonale odnajduje momenty, by przyspieszyć narrację) oraz wyśmienity saksofonista, być może najciekawszy barytonista sceny brytyjskiej, świetnie sprawdzający się zarówno w dynamicznych, jak i tych bardziej melodyjnych momentach (imponuje masywnością dźwięku, ale także pewną zwiewnością, lekkością narracji, także wtedy, gdy w dłoniach dzierży klarnet basowy). Innymi słowy – sam miód, nie tylko dla wielbicieli surowego mięsa!
Początek pierwszego seta, to otwarcie pełną gębą – od startu rosnące tempo zdrowego drummingu i zalotny, masywny, ale jakże śpiewny saksofon barytonowy, który rytmicznym parskaniem buduje melodykę free jazzu. Już po dwóch, trzech minutach muzycy idą w tango i nie biorą jeńców. Gdy po siedmiu minutach stopują, po wykreowaniu kilku dronów w rezonansie, bez zbędnej zwłoki budują nową opowieść, równie smakowitą. Obaj świetnie panują nad emocjami i tempem narracji, przez co improwizacji nie brakuje dramaturgicznych niuansów. Równie wyrazisty jest drugi set, w którym Wilkinson sięga po klarnet basowy. Znów wielki instrument w rękach tego muzyka potrafi skakać do samego nieba, śpiewać i miłośnie (tu, także semicko) zawodzić. Czasami wpada w taniec prawdziwie nieujarzmionego zwierza, pomrukuje jak niedźwiedź, ale muzyk w każdej sekundzie kontroluje jego zachowania. Szczególnie ekspresyjna jest końcówka seta. Duet nabiera dynamiki niesiony niemal post-rockową repetycją. Ogień narracji bucha pełnym blaskiem, flow niczym dzikie kuropatwy w locie wznoszącym.
Tak zwane dogrywki pokazują nieco bardzo wytłumiony pokaz soczystego free jazzu. W trzeciej części Wilkinson stawia na saksofon altowy i ekspresyjne gardłotoki. Cheetham świetnie korzysta z talerzy, preparuje dźwięki, buduje perkusyjne drony. Równie stabilny emocjonalnie jest ostatni fragment koncertu. Powraca klarnet basowy, opowieść toczy się dostojnie, ale entuzjazm improwizatorów nie gaśnie nawet na moment. Na finał oba instrumenty pną się ku górze – mantra błyszczących talerzy i zdrowa histeria klarnetu. Piękny finisz!” Spontaneous Music Tribune – Poland

“Als het om muzikale expressie gaat, is het album van Andrew Cheetham en Alan Wilkinson het tegenovergestelde van dat van Jürg Frey. Drummer Cheetham en saxofonist/basklarinettist Wilkinson zijn twee exponenten van de boeiende en robuuste Engelse freejazzscene. Zij zijn op uiteenlopende releases te horen, maar samen waren zij tot nu toe pas op één uitgave te horen: Live at Islington Mill, een cassette die in 2018 is uitgegeven door Tombed Visions.  Op The Vortex of Past Time brengt het duo vier improvisaties, bij elkaar vierenvijftig minuten in beslag nemend. In opener ‘Axial Velocity’ is Wilkinson te horen op baritonsax. Hij start staccato, met een droge toon. Gaandeweg legt de saxofonist meer melodie in zijn spel en worden de gespeelde lijnen langer. Cheetham is met brushes in de weer. Zijn basdrum fungeert als onregelmatige motor en de toms, snare en bekkens zijn all over the place. Het voorziet het spel van Wilkinson van extra energie, hoewel de saxofonist die zelf al in overvloed bezit. Zijn spel is afwisselend en dynamisch. Mooi is het stillere gedeelte waarin de toms en basdrum wegvallen en Cheetham met bekkens en kettingen in de weer is, terwijl Wilkinson zich aftastend opstelt en af en toe stoten uitdeelt. Door gebruik te maken van zijn stem, verandert hij het timbre van zijn instrument. De experimenteerdrift is groot en vooral in het spel in het topregister en het gebruik maken van onconventionele blaastechnieken, excelleert de saxofonist. Cheetham doet dat met zijn tomeloze energie, zonder machtsvertoon. Er blijft subtiliteit aanwezig in het spel van de drummer.
Voor ‘Tangential Velocity’ stapt Wilkinson over op basklarinet. Diepe klanken worden door hem afgewisseld met ongecontroleerde en gecontroleerde uitschieters naar boven. Cheetham is bedrijvig maar geduldig op toms en basdrum. Wilkinson onderzoekt de auditieve mogelijkheden van zijn instrument; lyriek en experimenteel spel wisselen elkaar af, terwijl het volume en de kracht van de drums langzaam toenemen. Een repeterend ritme is herkenbaar, maar wordt al gauw verlaten, hoewel iets van de basis ervan blijft hangen. Opmerkelijk is hoeveel rauwe kracht Wilkinson legt in zijn hoge spel en vervolgens in fractie van een seconde clean blaast in het lage register. Na circa elf minuten is het tijd voor contemplatie. De dadendrang wordt aanzienlijk getemperd, maar je voelt de spanning, de aandrang om de energie weer op te voeren. Het mondt uit in een ritmisch ijzersterk stuk waarin Cheetham indruk maakt als onstuimige eenpersoons ritmesectie.  Op altsax blijkt Wilkinson niet minder onorthodox, zo blijkt direct bij ‘Inner Radius’. Welke technieken er precies aan te pas komen, is niet duidelijk, maar de geluiden lijken niet van een sax afkomstig. De saxofonist zet ook zijn stem in, zonder door het instrument te blazen. Cheetham is opnieuw de bedrijvige drummer die onderwijl toch iets van rust in de muziek brengt. Wilkinson is ondertussen druk bezig om zijn topregister te ontheiligen. Er wordt geen cleane noot gespeeld in de vijf minuten die ‘Inner Radius’ duurt. In ‘Outer Radius’ speelt Wilkinson weer basklarinet. Korte staccato stoten bepalen de koers in het begin. Cheetham voegt daar subtiel spel op liggende en hangende bekkens aan toe. Het spel op basklarinet is speels en inventief; hetzelfde kan gezegd worden over het drumspel. Ten opzichte van de andere stukken heeft ‘Outer Radius’ een lichtere en optimistischer toon. Het kletterende spel van Cheetham past perfect bij de onvoorspelbare invallen van Wilkinson.Die onvoorspelbaarheid is een van de sterke punten van The Vortex of Past Time. Dat gaat niet zover dat de muzikanten van de hak op de tak springen, maar de manier waarop de niet vooraf bepaalde koers wordt vervolgd is altijd net even anders dan je zou verwachten. Het spel is afwisselend, het experiment wordt niet geschuwd maar is niet allesbepalend en de muzikanten halen het beste in elkaar naar boven.” Opduvel – The Netherlands

“De titel haalden de twee helden bij de roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald. Gekoppeld aan hun persoonlijke inspiratiebronnen leverde dat deze opname van net geen uur op, onderverdeeld in vier hoofdstukken: ‘Axial Velocity’, Tangential Velocity’, ‘Inner Radius’ en ‘Outer Radius’.  Alan Wilkinson gaat zich te buiten op altsaxofoon, baritonsaxofoon en basklarinet. Af en toe voegt hij daar wat vocale uitlaten aan toe. Andrew Cheetham drumt er lustig op los. Van bij de aanvang ontspint zich een vinnige dialoog van gelijkgestemden die opbouwend met elkaar converseren. Het gaat er heftig aan toe maar elk argument is betekenisvol. Dit zijn geen politiekers die voorrang verlenen aan eigenbelang en naast elkaar praten maar twee geëngageerde persoonlijkheden die met hart en ziel voor dezelfde zaak vechten. En al wijken hun meningen en stellingen al eens af van elkaar, toch gaan ze gezamenlijk op zoek naar een oplossing. De manier waarop ze hun argumenten en zelfs hun instrumenten in vraag stellen, dwingt respect af. Ze drijven elkaar tot het uiterste. Het lijkt er soms op dat Wilkinson doorgaat tot zijn laatste ademstoot terwijl Cheetham alsmaar nieuwe (percussie)geluiden blijft aanhalen.  Boeiend van begin tot einde om te horen hoe ze uiteindelijk telkens tot een vergelijk komen.” Jazz’Halo – Belgium

“Alan Wilkinson’s saxophone is to Andrew Cheetham’s drum kit like Tom Waits was to the early years of Letterman.” Kevin Press/The Moderns – Canada

“Just in case you wonder what ‘jazz’ means in the label name you need to check out the album by Andrew Cheetham (drums and percussion) and Alan Wilkinson (alto and baritone saxophones, bass clarinet and voice). I had not heard of them before, but as I am probably not someone who is too heavily into free jazz and also not averse to it either. It is something I would normally leave to our resident free jazz reviewer, but as I was playing this, I sort of kept listening and ‘dug it’. One of the things I like about free jazz is the intense energy it can have and that is certainly something that happens in these four pieces, lasting some fifty-five minutes. Both instruments are played as they should be, no instrument-as-object approach here, and it is mainly about playing as many notes as possible and that happens almost all the time, but they know to control the music, keep it quieter and just as you get used it, they decide to go up again and before you know it is all about chaos again. This is some intense music. It is an album that left me quite tired after I heard it at considerable volume. It is energetic music that will cost you some energy to hear it all.” Vital Weekly – The Netherlands

“Percussionist Cheetham and reedist Wilkinson, veteran improvisers of the UK scene, collaborate here on four tracks of dense explorations. Ostensibly “free jazz”, the album features the push and pull of that rough genre between creativity and control. Wilkinson trades off saxes and clarinet (but mostly saxes), and has a wailing, punctuated style with rich textures and colors. Cheetham is busy on and off the drum kit, bringing into the fore various objects to generate multi-rhythmic and arhythmic rattlings. Across four tracks (two of which are in the 20-minute range), Wilkinson provides rolling lines and oscillations with staccato bursts. This combines well with Cheetham’s aggressive cymbal-work. But when not going all out, this duo slows things down to a more atmospheric level with distorted drones over unstructured drum patterns, and the occasional tortured vocalizations from Wilkinson. This is very much a “live in the studio” recording that could have easily passed as a live performance.” Avant Music News