nwoj0019

NWOJ0019_cover_square_3500px

CHRISTOPH SCHILLER & ANOUCK GHENTON : zeitweise leichter Schneefall
cd

1. die Stille
2. Höhe der Sonne
3. zeitweise leichter Schneefall
4.ein leuchtender Saum
5.nach drei Nebeltagen
6.der Meidinger’sche Füllofen
7.Flaschenpost

Christoph Schiller : spinet, voice
Anouck Genthon : violin

Christoph Schiller
zeitweise leichter Schneefall (2017)
(Schachtel)

Recording date and place : 1.+2. Februar 2018 at Atelier Klingentalstrasse, Basel (Switzerland).  Composed, recorded and mixed by Christoph Schiller. Mastered at the Sunny Side Inc. studio, Anderlecht (Belgium) Sleeve notes : Guy Peters.  Layout : Rutger Zuydervelt

“Voor alles een eerste keer, zo ook voor een release zonder Dirk Serries in de gelederen op het A New Wave Of Jazz label. Een label dat met de recente flux van releases juist een stap weg lijkt te nemen van de jazz en meer richting hedendaags gecomponeerde muziek beweegt.  Zo ook met deze samenwerking tussen Christoph Schiller en Anouck Genthon.

Terwijl hier de winter langzaamaan lijkt weg te ebben (en we als het enigszins meezit geen sneeuw meer zien tot 2020) zit ik hier nu dus met CD die over lichte sneeuwval gaat.  Het werk op deze CD is een compositie van Schiller en wordt uitgevoerd door het duo op Spinet, viool en stem. Dat betekent dus nog een primeur voor A New Wave Of Jazz, namelijk het gebruik van stem.  Ik moet zeggen dat deze samenwerking erg goed uit pakt. Niet alleen is de compositie erg boeiend, ook is het duidelijk dat de twee artiesten goed op elkaar zijn ingespeeld. Dit laatste mag geen verrassing zijn aangezien beide ook onderdeel uitmaken van het Insub Meta Orchestra (samengesteld door Cyril Bondi en D’Incise).

De muziek ligt in het verlengde van wat van Schiller onder andere te horen is op verschillende releases uitgekomen bij Another Timbre, en ook de recente Tonus CD’s en dus ook hier veel stilte, wat zich direct in het eerste nummer duidelijk maakt. En uiteraard past dit uitermate goed binnen het thema van lichte sneeuw die zo af en toe valt.  Het is niet moeilijk om je bij deze muziek de langzaam dwarrelende sneeuw te visualiseren. Dat random gegeven waar je wel ziet dat het sneeuwt, maar dat het zo minimaal is dat je nog niet durft te hopen op een dik sneeuwpakket in de straten.
Door het verstilde in de muziek schiet me nu ook de analogie te binnen waar er juist een heel dik pak sneeuw ligt en je daardoor heen loopt. Op die momenten klinken de geluiden in de stad ook altijd anders, gedempter, vrediger.
Dat gevoel roept dit album dus ook op, al wordt dit wel doorbroken door de stem die soms naar voren komt. Deze wringt daar wel een beetje bij.
Maar toch, ook dit is een zeer fijne release en past erg goed bij mijn de afgelopen paar jaar opgebouwde interesse in hedendaagse compositie.  Aanrader.” De Subjectivisten – The Netherlands

“Vrije improvisatie is waar het bij A New Wave Of Jazz vaak om gaat, maar niet altijd. zeitweise leichter Schneefall van Christoph Schiller en Anouck Genthon is een gecomponeerd werk van de hand van Schiller. Het is ook de eerste cd op het label waar Serries niet als muzikant bij betrokken is. Het contrast met de muziek van het duo Taylor/Serries kan bijna niet groter zijn. Is ‘onrust’ een woord dat bij het vrije improvisatie-duo blijft hangen, dan is ‘geduld’ een goede aanduiding van het werk van Schiller en Genthon.

Schiller is afkomstig uit Stuttgart. Hij ging naar de kunstacademie maar studeerde ook piano en muziektheorie. Zijn hoofdinstrument was aanvankelijk de piano, maar meer en meer heeft hij zich toegelegd op de spinet, een soort klavecimbel waarvoor Schiller eigen speeltechnieken heeft ontwikkeld, gebaseerd op technieken die in de buik van een piano worden gebruikt. Naast spinet gebruikt de Duitser ook zijn stem.

Genthon resideert in Genève. Zij is niet alleen violist en improvisator maar ook ethnomusicoloog. Ze is vooral geïnteresseerd in het luisterproces, waarbij de nadruk ligt op de luisterervaring, of het nu gaat om een elektro-akoestische opstelling of tijdens het spelen van een “luisterwandeling”. Ze is actief op het gebied van geïmproviseerde, experimentele en hedendaagse muziek en ze speelt in wisselende contexten en gezelschappen.

Het werk van Schiller dat door hemzelf en Genthon wordt uitgevoerd, betreft een zevendelige minimale compositie met een grote rol voor stilte. Echo’s van Morton Feldman, Christian Wolff en John Cage klinken door, maar toch heeft de muziek genoeg eigens om van een originele compositie te kunnen spreken. Genthon speelt viool en Schiller bespeelt de spinet en gebruikt zijn stem, niet als zangstem, maar als instrument.

Het gebruik van stilte in muziek kan spanningsverhogend werken. De vraag is hoe lang je een stilte kunt aanhouden zonder dat de spanning verloren gaat. Schiller en Genthon krijgen het voor elkaar om in het eerste deel, veelzeggend ‘die Stille’ hetend, liefst eenentwintig seconden tussen twee gespeelde stukken te laten. Het werkt, want als luisteraar zoek je in gespannen afwachting de punt van de stoel op.

Het werk ontvouwt zich als een beheerst, gecontroleerd en geduldig stuk muziek, waarin spaarzaam wordt gemusiceerd en iedere noot zorgvuldig geplaatst wordt. De spanning is vaak om te snijden en je weet nooit wat er na een stilte gaat gebeuren. Schillers stem waarmee hij, al dan niet met gebruik van zijn stembanden, verschillende klanken maakt en accenten legt, draagt bij aan die spanning. Genthon speelt veelal langere tonen, afgewisseld met een enkele pizzicato-toon, en haar klank contrasteert met het dunne geluid van de spinet.

Soms is moeilijk vast te stellen waardoor een geluid tot stand wordt gebracht, zoals de lange tonen in ‘Höhe der Sonne’. In dat deel is de wat hese vioolklank prachtig, maar het is niet pure muzikale schoonheid waar het in deze compositie om te doen is. Die schoonheid schuilt voor een deel in wat niet verteld wordt, waar je als luisteraar zelf invulling aan kunt geven. Bij herhaalde beluistering gaan de losse fragmenten steeds meer samenhang vertonen en ontstaat een imponerende muzikale vertelling.” Opduvel – The Netherlands

“The seven brief pieces that comprise ‘Zeitweise Leichter Schneefall’ are intense doses of meditation in which the concentration of its performers demands equal focus in the listener. Under Schiller and Genthon’s guidance, violin, spinet and voice release their sounds gradually, moving towards and away from each other like icebergs guided by deep oceanic currents. This is sound that is not so much organized as unmoored, whose slow drift belies the dedication and restraint required to actualise it in such a compelling fashion.

If the prevailing atmosphere of ‘Zeitweise Leichter Schneefall’ is somewhat frosty, Schiller’s inclusion of the voice in his compositional palette ensures that the presence of the human is constant and undeniable. Lung-driven wafts soothe the glassy tang of his spinet (a relative of the harpischord) while plosive blurts punctuate Genthon’s woody arcos. Nevertheless this is sparse, uncompromising stuff, with melody eschewed in favour of monotonal expressiveness: slowly bowed, vibrato-less strings; solitary bursts of brittle, resonant spinet; and breathy, wordless mantras. Ego-free moments within the tumult of the present.” We Need No Swords – UK

“When I bumped into Dirk Serries the other day he handed me these three new releases and he told me more about his ‘mission’ if you are willing to call it like that. His ‘jazz’ has very little to do with jazz actually. It rather deals with the world of improvised music, free jazz, classical music, graphic scores and perhaps also a bit of the old ‘we can do that too’ spirit, which is part of Serries’ background. This is all not the easiest music around, and I am taking these at a one-CD a day approach. I started with the one that is the first not to include Serries as a musician on his label and that is the duo release of Christoph Schiller on spinet and voice and Anouck Genthon on violin. I have heard the music of the first in various forms of improvised music with others (Birgit Ulher for instance; see Vital Weekly 1155), whereas the name of Anouck Genthon is a new one for me. She is part of the large Insub Meta Orchestra, and so I surely heard her play before. Both of them are from Switzerland and recorded their music about a year in Basel. The seven pieces on this release take ‘only’ twenty-eight minutes, and while not a lot seems to be happening with all the silence between the notes, this is an all-attention demanding release. The title can be translated as ‘occasionally light snowfall’, and that’s how we could regard the music; a bit of snow that falls. Here and there, and sometimes a bit more, sometimes not much at all. Schiller very occasionally adds a bit of voice, not using words or long-form sounds, but a hiss or a sigh, placing an accent in the music. The violin plays longer sounds, while the spinet places carefully were chosen notes here and there. It is all very ‘Wandelweiser’ here, which is something that Serries very much wants with many of the releases on this label and that is to break down barriers between worlds that don’t know of the existence of other worlds. Wandelweiser composers, improvisers, auto-didactic, modern classical; this release seems to me a perfect example of that approach.” Vital Weekly – The Netherlands

“A fine and delicate set of seven pieces, I assume improvised from Schiller (spinet, voice) and Genthon (violin). Almost like a series of lines, varying in length, thickness and timbre, suspended in space, not infrequent but not overcrowded either as natural as birds or, in consideration of the title, of sparse snowflakes. In addition to the spinet (admittedly, I’m getting more and more inured to its basic sound), Schiller gives forth calm but steady hums now and then, a surprisingly welcome addition tot he sound-field. Genthon emits strokes of more or less pure tone, tending to be held for a second or two, spare but glowing. Each piece is subtly apart from the others, though all akin. The release is short, some 27-minutes, but that’s just about perfect length here. Excellent, sensitive, probing work from this pair–it’s my first exposure to Genthon, looking forward to hearing more.” Brian Olewnick – USA

“Seria wydawnicza A New Wave Of Jazz, prowadzona przez belgijskiego gitarzystę Dirka Serriesa, jest na tych łamach wnikliwie analizowana przy każdej nadarzającej się okazji. Z premierami płytowi, które za moment omówimy, doliczyliśmy się już 22 pozycji w katalogu, nie licząc kompaktowych reedycji nagrań wcześniej wydanych na winylach. Dokładnie wszystkie one zostały tu zrecenzowane, a skrótów do starszych tekstów szukajcie na końcu tej opowieści.

Dziś pochylimy nasze uszy i oczy nad trzema niezwykle świeżymi płytami (wszystkie w formacie CD), które swą światową premierę będą miał 19 stycznia br. Powrócimy do projektu Tonus, który zaistniał na trzech srebrnych krążkach jesienią ubiegłego roku, poznamy zupełnie nowe twarze w katalogu labelu, tu skwapliwie uprawiające … muzykę komponowaną w stylistyce minimalistycznej, wreszcie bezceremonialnie uklękniemy przed dokonaniami pewnego swobodnie improwizującego duetu, którego płytę już dziś śmiało możemy ochrzcić mianem pierwszej kandydatki do listy best of the year 2019! Baa, nawet od niej zaczniemy naszą dzisiejszą opowieść!

Dwa pierwsze dni lutego ubiegłego roku, Bazylea, Atelier Klingentalstrasse, dwoje szwajcarskich muzyków: Christoph Schiller – spinet (mały, akustyczny instrument klawiszowy) i głos oraz Anouck Genthon – skrzypce. Siedem kompozycji, 27 minut. Przykład – być może – na wykorzystanie technik tonusowych w praktyce muzyki komponowanej w stylistyce minimalitycznej. Zbiór repetycji i wariacji na temat, z krytycznym aspektem ciszy, jako elementem środowiska dźwiękowego. A może alternatywna wersja muzyki barokowej? Rodzaj eklektycznego eksperymentu? Twórczego redukcjonizmu? Pytania można mnożyć w nieskończoność. Zajrzyjmy wszak do środka – to mniej niż pół godziny.

Opowieść zapisana na czerstwych kartkach z pięciolinią, oparta jest na frazach spinetu i głosu, które z jednej strony generują interwał konceptualnej niemal ciszy, z drugiej wzbudzają skrzypce do posuwistych, małych ekspozycji, pełnych smagłych szarości. Muzyka jakby grana na baczność, realizowana wszakże w błyskotliwych okolicznościach akustycznych. Brzmienie strunowca jest czyste, surowe, niepobłogosławione. Spinet porusza się z dużą swadą, chwilami sprawia wrażenie, jakby był delikatnie preparowany. Wreszcie głos ludzki, który stawia stemple i wydaje certyfikaty jakości. Druga opowieść akcentuje nieco dłuższe opowieści, choć sam stelaż muzycznego konceptu pozostaje niezmieniony. Spinet brzmi tu akurat ubogo, jakby miał jedynie pojedyncze struny w pudle. Minimal chamber without fire! – notuje lekko ziewający recenzent. W trzeciej części skrzypce dodają coś od siebie, pół dodatkowej porcji dźwięku, incydentalny szelest strun. Spinet też minimalnie gęstszy, obok szczypta rechotu wprost z gardła. Przy okazji czwartej części kolejna refleksja – muzycy bardzo się kochają, ale jakby nie potrafili ze sobą rozmawiać. Koncept goni koncept, a uczucia umierają. Intrygujący mezalians wprost z pięciolinii. W trakcie piątej kompozycji recenzent doznaje swoistego deja vu. Czy ja już tego wcześniej nie słyszałem? Szósta część niesie odrobinę brudu w brzmieniu skrzypiec, akord spinetu nosi zaś znamiona delikatnego zadzioru. Ot, konceptualizm trudny do zdiagnozowania. Dwudziestą siódmą minutę osiągamy dość swobodnie, głównie dzięki wciąż pięknemu brzmieniu obu instrumentów.” Spontaneous Music Tribune – Poland