nwoj0016

NWOJ0016_cover_square_3500px

TONUS : TEXTURE POINT
cd

1. Texture I
2. Texture II
3. Point A
4. Texture III

Dirk Serries : acoustic guitar
Benedict Taylor : viola
Martina Verhoeven : piano

Performed, recorded, mixed and mastered at the Sunny Side Inc. Studio, Anderlecht
(Belgium) on December 9th 2017.  Sleeve notes : Guy Peters.  Layout : Rutger Zuydervelt

“Tonus as a trio consists of Serries and Verhoeven along with Benedict Taylor on viola and they recorded four pieces last year. The minimalism continues here, but there seems to be more  notes than on the previous release. Especially Taylor uses his bow to play longer movements here and there is, so it seems to me, less room for complete silence. The music is sparse without being empty if you get my drift. I might be entirely wrong of course but it seems to me that Taylor with his bow and longer notes engages Serries and Verhoeven to add more notes as well. I can imagine that many people would hardly hear the difference between the two releases of the duo and the trio, save of course for the addition of a third instrument, but I certainly think these are world’s apart. This is music that is as easily called modern classical, playing a more or less open ended score, and it is something that requires one’s full attention, before it unfolds some of it’s beauty. None of this is nervous or hectic playing some people associate improvised music (not me), and this is another fine meditative work.” Vital Weekly – The Netherlands

“Tonus as an ensemble grew out of my Jazzcase residency in 2017,” wrote Serries in an email. “I brought together a sextet to work around a slow piano motif by Martina Verhoeven. The literal translation of Tonus is muscle strength, but in this context defines a musical system that places equal importance on the space between notes. Both definitions apply here as the music is an exercise in discipline and anticipation while controlling the clarity, sustain and effect of each single note played.”

The work is sparse and dramatic. Frequent, sometimes extended periods of quiet (if not outright silence) enhance the impact of each performance. What we get, in fact, is a series of precise, short performances that make up each lengthy piece. (The seven new works sport runtimes between 9:06 and 57:59.)

That is not to suggest that each is a series of solos. There is real interplay at work here. But by slowing it all down, Tonus luxuriates over every single idea.

Intermediate Obscurities I-IV is a double-live album recorded at Jazzcase in Belgium and Hundred Years Gallery in London. The first performance features Verhoeven on piano, Serries on acoustic guitar, Colin Webster on alto saxophone, Nils Vermeulen on double bass, George Hadow on drums and Jan Daelman on flute. The second has Otto Willberg on double bass, Tom Ward on bass clarinet, Benedict Taylor on viola, Cath Roberts on baritone saxophone, Webster on alto saxophone and Serries on acoustic guitar.

Benedict Taylor performs viola with Verhoeven and Serries on Texture Point. Cagean Morphology features Verhoeven and Serries as a duo.” Badd Press – Canada

“Wanneer we op zoek gaan naar iets dat de vroegste noise (en latere ambient) van vidnaObmana verbindt met de gitaarexperimenten van Fear Falls Burning of Microphonics en de huidige passie voor improvisatie (YODOK III), komen we uit bij de atmosferische invalshoek en de onstuitbare drang naar volmaakt minimalisme.  Met zijn jongste incarnatie, TONUS, lijkt Dirk Serries deze passie tot het uiterste te drijven.  Wie zich aan luide kakofonische toestanden verwacht, wanneer men een improviserend freejazzsextet probeert voor te stellen, komt op de dubbele live-cd ‘Intermediate Obscurities I+IV’ zwaar bedrogen uit.  Eerder het omgekeerde is waar : elke instrument waaiert zacht uit in een drones en galm, en de sfeer is dermate sereen dat je de indruk krijgt dat de zes muzikanten bijna angst hebben om eens welk geluid te produceren.  Saxofoon, bas, akoestische gitaar of klarinet, het speelt geen rol: elke klankje draagt subtiel bij tot een kortstondig dronescape, en dat geen van de deelnemers bang is van stiltemomenten, had intussen je zelf al geraden.  Zeer geschikt in een rituele context (denk : tempelmuziek), en wat ons betreft ook aangenaam tijdens het lezen.  Op ‘Texture Point’ wordt het deelnemersveld gehalveerd, en de stilte verdubbeld.  Het is vooral de dreigende pianoaanslag van Martina Verhoeven die ons bij de les houdt, terwijl Serries (gitaren) en de altviool van Benedict Taylor (London Improvisers Orchestra) eerder zacht schrapen dan slaan.  In tegenstelling tot het sextet, levert dit trio moeilijke muziek voor moeilijke mensen af, die weinig andere nevenactiviteit verdraagt.  Luisteren in opperste concentratie, tot een pianoklank je een meter hoog doet opveren, is hier de boodschap.  Tot slot blijft voor ‘Cagean Morphology’ enkel het koppel Serries-Verhoeven over op respectievelijk akoestische gitaar en piano.  We zouden kunnen schrijven dat het tweetal de instrumenten gebruikt om met elkaar in dialoog te gaan, maar dan moeten we vaststellen dat ze elkaar vierendertig minuten lang bitter weinig te vertellen hebben.  En wat er te horen valt, is bijzonder kort en soms van een zachtheid die met de gehoorgrens flirt.  Eerder lijkt dit op een psychologisch spel met de luisteraar : komt er nog klank of niet ?
Hoewel er vanuit andere bronnen vertrokken wordt, denken we onder andere aan het werk van Bernhard Günter.  Natuurlijk zijn we evenmin blind voor de verwijzing naar John Cage, maar als we het principe van 4’33” toepassen, wordt de compositie van Verhoeven en Serries tijdens onze sessies vervolledigd met de bosmaaier en de elektrische hegschaar van de buren.  Industrieel geschoold of niet: we kiezen dus voor gesloten ogen en een koptelefoon.  Eerlijk gezegd hadden we nog op een vierde cd gerekend, waarop Serries in zijn eentje stilte produceert om het concept te vervolmaken (bijvoorbeeld door het onaangeroerd laten van een piano) maar naar het schijnt is dit al eerder voorgedaan in een live setting (de componist is ontschiet ons even).  Deze cd’s zijn gelimiteerd op driehonderd exemplaren en huizen in een passend sober hoesontwerp van Rutger Zuydervelt.”  Gonzo Circus – Belgium