nwoj0015

NWOJ0015_cover_square_3500px

TONUS . INTERMEDIATE OBSCURITIES I + IV
2xcd

Disc One : I

Jan Daelman : flute
George Hadow : drums
Dirk Serries : acoustic guitar
Martina Verhoeven : piano
Nils Vermeulen : double bass
Colin Webster : alto saxophone

Constructed during the Jazzcase residency between November 13th and 16th 2017, based
upon a piano leitmotif by Martina Verhoeven. Performed live at Dommelhof, Neerpelt
(Belgium) on November 16th, 2017. Recorded by Piet Vermonden. Mixed by Dirk
Serries. Mastered at the Sunny Side Inc. Studio.

Disc Two : IV

Cath Roberts : baritone saxophone
Dirk Serries : acoustic guitar
Benedict Taylor : viola
Tom Ward : bass clarinet
Colin Webster : alto saxophone
Otto Willberg : double bass

Performed live at Hundred Years Gallery, London (UK) on January 14th 2018. Graphic
score by Dirk Serries. Recorded and mixed by Dirk Serries. Mastered at the Sunny Side
Inc. Studio. Sleeve Notes : Guy Peters. Layout : Rutger Zuydervelt.

“The third release by Tonus is a double CD and sees them on both as a sextet, but with
different members. Both discs are live concerts, the first one recorded in Belgium, following a three-day residency. Besides Serries and Verhoeven (who wrote the leitmotiv) there is Jan Daelman (flute), George Hadow (drums), Nils Vermeulen (double bass) and Colin Webster (alto saxophone). Despite the extended line-up and quite different instruments, ‘Intermediate Obscurities I’ is another radical piece (I wrote these reviews one a day, I must add, not right after each other; that would simply be too demanding), lasting close to an hour and contains some music that is not unlike that of Morton Feldman; sometimes long sustaining sounds, sometimes a succession of shorter sounds. They overlap each other at times, or stand entirely by themselves, stretching it out, compressing them, but whatever configuration is chosen it is  always different. While it is demanding, I think there is also an aspect of easiness to this; tranquillity if you will that is almost ambient like, albeit of course of an acoustic nature. The other sextet was recorded some months later in London, and Verhoeven wasn’t present, so we have
besides Serries, Benedict Taylor, Colin Webster, Cath Roberts (baritone sax), Tom Ward (bass clarinet), and Otto Wilberg (double bass). That is three times stringed instruments versus three wind instruments. The three wind instruments provide a more sustaining sound, so this becomes quite a different Tonus; the one with the least amount of silences between the notes and there is always something happening. Serries wrote the graphic score for this piece (would love to see  these sort of things printed on the cover) and no doubt the layering is shown there. The three string instruments acts accordingly and also seem to be playing longer formed notes. After some three or more hours of Tonus music on a succession of days I believe this is an ensemble with much potential.” Vital Weekly – The Netherlands

“Tonus as an ensemble grew out of my Jazzcase residency in 2017,” wrote Serries in an email. “I brought together a sextet to work around a slow piano motif by Martina Verhoeven. The literal translation of Tonus is muscle strength, but in this context defines a musical system that places equal importance on the space between notes. Both definitions apply here as the music is an exercise in discipline and anticipation while controlling the clarity, sustain and effect of each single note played.”

The work is sparse and dramatic. Frequent, sometimes extended periods of quiet (if not outright silence) enhance the impact of each performance. What we get, in fact, is a series of precise, short performances that make up each lengthy piece. (The seven new works sport runtimes between 9:06 and 57:59.)

That is not to suggest that each is a series of solos. There is real interplay at work here. But by slowing it all down, Tonus luxuriates over every single idea.

Intermediate Obscurities I-IV is a double-live album recorded at Jazzcase in Belgium and Hundred Years Gallery in London. The first performance features Verhoeven on piano, Serries on acoustic guitar, Colin Webster on alto saxophone, Nils Vermeulen on double bass, George Hadow on drums and Jan Daelman on flute. The second has Otto Willberg on double bass, Tom Ward on bass clarinet, Benedict Taylor on viola, Cath Roberts on baritone saxophone, Webster on alto saxophone and Serries on acoustic guitar.

Benedict Taylor performs viola with Verhoeven and Serries on Texture Point. Cagean Morphology features Verhoeven and Serries as a duo.” Badd Press – Canada

“Wanneer we op zoek gaan naar iets dat de vroegste noise (en latere ambient) van vidnaObmana verbindt met de gitaarexperimenten van Fear Falls Burning of Microphonics en de huidige passie voor improvisatie (YODOK III), komen we uit bij de atmosferische invalshoek en de onstuitbare drang naar volmaakt minimalisme.  Met zijn jongste incarnatie, TONUS, lijkt Dirk Serries deze passie tot het uiterste te drijven.  Wie zich aan luide kakofonische toestanden verwacht, wanneer men een improviserend freejazzsextet probeert voor te stellen, komt op de dubbele live-cd ‘Intermediate Obscurities I+IV’ zwaar bedrogen uit.  Eerder het omgekeerde is waar : elke instrument waaiert zacht uit in een drones en galm, en de sfeer is dermate sereen dat je de indruk krijgt dat de zes muzikanten bijna angst hebben om eens welk geluid te produceren.  Saxofoon, bas, akoestische gitaar of klarinet, het speelt geen rol: elke klankje draagt subtiel bij tot een kortstondig dronescape, en dat geen van de deelnemers bang is van stiltemomenten, had intussen je zelf al geraden.  Zeer geschikt in een rituele context (denk : tempelmuziek), en wat ons betreft ook aangenaam tijdens het lezen.  Op ‘Texture Point’ wordt het deelnemersveld gehalveerd, en de stilte verdubbeld.  Het is vooral de dreigende pianoaanslag van Martina Verhoeven die ons bij de les houdt, terwijl Serries (gitaren) en de altviool van Benedict Taylor (London Improvisers Orchestra) eerder zacht schrapen dan slaan.  In tegenstelling tot het sextet, levert dit trio moeilijke muziek voor moeilijke mensen af, die weinig andere nevenactiviteit verdraagt.  Luisteren in opperste concentratie, tot een pianoklank je een meter hoog doet opveren, is hier de boodschap.  Tot slot blijft voor ‘Cagean Morphology’ enkel het koppel Serries-Verhoeven over op respectievelijk akoestische gitaar en piano.  We zouden kunnen schrijven dat het tweetal de instrumenten gebruikt om met elkaar in dialoog te gaan, maar dan moeten we vaststellen dat ze elkaar vierendertig minuten lang bitter weinig te vertellen hebben.  En wat er te horen valt, is bijzonder kort en soms van een zachtheid die met de gehoorgrens flirt.  Eerder lijkt dit op een psychologisch spel met de luisteraar : komt er nog klank of niet ?
Hoewel er vanuit andere bronnen vertrokken wordt, denken we onder andere aan het werk van Bernhard Günter.  Natuurlijk zijn we evenmin blind voor de verwijzing naar John Cage, maar als we het principe van 4’33” toepassen, wordt de compositie van Verhoeven en Serries tijdens onze sessies vervolledigd met de bosmaaier en de elektrische hegschaar van de buren.  Industrieel geschoold of niet: we kiezen dus voor gesloten ogen en een koptelefoon.  Eerlijk gezegd hadden we nog op een vierde cd gerekend, waarop Serries in zijn eentje stilte produceert om het concept te vervolmaken (bijvoorbeeld door het onaangeroerd laten van een piano) maar naar het schijnt is dit al eerder voorgedaan in een live setting (de componist is ontschiet ons even).  Deze cd’s zijn gelimiteerd op driehonderd exemplaren en huizen in een passend sober hoesontwerp van Rutger Zuydervelt.”  Gonzo Circus – Belgium