DIRK SERRIES – SOLO ACOUSTIC GUITAR IMPROVISATIONS I is featured on Kevin Press’ THE MODERNS episode 140. Available here and here.
Dirk Serries’ SOLO I
“Met slechts één instrument, één microfoon en zonder ook maar de kleinste neiging om groot uit te pakken, is Solo Acoustic Guitar Improvisations I een muzikaal rijk album. Het is een ontdekkingstocht met klanken, bewegingen en technieken. Daarnaast is het onmiskenbaar Serries die met zijn originele ingevingen een eigen muzikale wereld schept, deze keer geholpen door het optimale geluid. Als improvisator klonk de gitarist niet eerder zo goed.“
One of Netherlands’ leading webzines OPDUVEL reviewed DIRK SERRIES – SOLO ACOUSTIC GUITAR IMPROVISATIONS I. A beautiful, meticulously detailed and appreciative review, thank you.
The album is still available here and here.
“Geïmproviseerde muziek gedijt het best in een live-setting waarin je als publiek de spontane vondsten en – als meer dan één muzikant actief is – de interactie niet alleen kunt horen maar ook visueel kunt waarnemen. Bij uitzondering verschijnt er wel eens een studio-album waarop de geïmproviseerde muziek nog beter tot zijn recht komt dan tijdens een concert. Solo Acoustic Guitar Improvisations I van de Belgische gitarist Dirk Serries is zo’n plaat.
Even een klein stapje terug in de tijd, naar 12 september 2020. Serries speelt een soloset in een loods in het Limburgse Stramproy (een grote ruimte was nodig in verband met corona). Op verzoek speelt de gitarist nog één keer een solo ambient-concert. In een spaarzaam verlichte ruimte zit de Belg geconcentreerd boven zijn elektrische gitaar, gaat hij op in de lange klanken die hij met zijn gitaar en de voor hem uitgestalde effecten creëert. Je ziet hem de snaren aanslaan, je hoort het alleen niet of nauwelijks. Het is de algehele sfeer die van belang is en elke hoorbare snaarberoering leidt alleen maar daarvan af.
Hoe groot is het contrast met het nu verschenen solo-album. De gitarist speelt op een akoestische gitaar, zonder effecten, en in de muziek die Serries nu maakt is het in tegenstelling tot zijn ambient-concert juist de bedoeling dat je elke vingerbeweging en elke beroering van zijn snaren hoort. De attaque is een wezenlijk onderdeel van de vrije improvisatie. Om alles goed te kunnen laten horen, heeft de muzikant ervoor gekozen om slechts één microfoon te plaatsen, zo’n vijftig centimeter verwijderd van de klankkast van de gitaar. De mono-opname die op deze manier is gemaakt, zorgt ervoor dat je je als luisteraar als het ware dichtbij de gitarist en zijn instrument (een Höfner archtop gitaar uit 1957) bevindt.
Vier jaar geleden verscheen ook een solo-album van Serries als vrije improvisator. Etched Above The Bow Grip, uitgebracht door het Britse Raw Tonk Records, liet de gitarist horen in onrustige maar gefocuste bui. De improvisaties waren vrij kort, lieten een enorme drive horen om nieuwe terreinen te ontdekken en konden vuige en zelfs noisy gedaanten aannemen. Net als op dat album houdt Serries op Solo Acoustic Guitar Improvisations I de improvisaties redelijk kort. De focus is daar en de ideeën zijn verpakt in een compacte vorm. Die staat overigens niet van tevoren vast, want alles is geïmproviseerd. De onrust die de vrije muziek van Serries kenmerkt, wordt nu anders gekanaliseerd. Een ruige rand heeft de muziek nog steeds, maar de noise is verdwenen. Serries blijft op zoek naar nieuwe wegen en is nog steeds zo leergierig als een jonge muzikant. Met andere woorden: de muziek ontwikkelt zich nog steeds en Serries wordt als gitarist nog steeds beter.
Wat dat laatste betreft: Serries hoeft dat niet zo nodig te etaleren. Het gaat om de muziek, niet om het ego van de muzikant. Dat is ook wat het nieuwe album biedt: tien improvisaties die zijn ontstaan puur uit liefde voor geïmproviseerde muziek, voor de zoektocht naar nieuwe klanken, een nieuw geluid en nieuwe manieren om het instrument te bespelen. Enkele referenties naar Tonus, het project waarin Serries het minimalisme verkent, zijn waar te nemen in de muziek op dit solo-album, maar merendeels gaat het om bedrijvige improvisaties die wegdrijven van dat minimalisme.
Opener ‘Axis’ is daar een goed voorbeeld van, beginnend met een paar tonenreeksen en een rol voor stilte. De klankkast mag zijn werk doen en de tonen mogen doorklinken, iets wat bij Serries als vrije improvisator niet altijd gebeurt. De muziek beweegt zich in oneven bewegingen voort, er is geen vaste ritmiek, evenmin als een vaste melodielijn, maar beide aspecten zijn wel aanwezig, op een bijna recalcitrante manier en zonder dat je er vat op krijgt. Mooi zijn ook het spel met hoge tonen en de rommelige omgeving waarin die klinken in ‘Grid’. De zoektocht is duidelijk en de muzikale verkenningen zijn prachtig om te horen. Door de heldere weergave komt de dadendrang optimaal tot zijn recht.
Serries’ combinatie van afknijpen en laten doorklinken van tonen komt in diverse stukken tot uiting en ook dat is mede te danken aan de sublieme sound van het album. Nauwkeurige beluistering van de muziek van de gitarist was niet eerder zo eenvoudig: elk klein geluid is hoorbaar en met de ogen dicht is het niet moeilijk om een voorstelling te maken van hoe de handen en vingers van Serries over de snaren bewegen. Voor aangenaam getokkel ben je natuurlijk aan het verkeerde adres, maar wat de Belg doet is veel spannender: in hortende, haperende en hakkelige bewegingen de muzikale schoonheid ontdekken. Die is er zelfs, of misschien wel juist in een stuk met veel afgeknepen klanken als ‘Overlap’ of in de schrapende geluiden van ‘Factor’. Spannend is het fluisterzachte laatste gedeelte van ‘Sketch’, inclusief subtiele tikken op de klankkast.
Met slechts één instrument, één microfoon en zonder ook maar de kleinste neiging om groot uit te pakken, is Solo Acoustic Guitar Improvisations I een muzikaal rijk album. Het is een ontdekkingstocht met klanken, bewegingen en technieken. Daarnaast is het onmiskenbaar Serries die met zijn originele ingevingen een eigen muzikale wereld schept, deze keer geholpen door het optimale geluid. Als improvisator klonk de gitarist niet eerder zo goed.”
Praxis
The great Ken Waxman reviews PRAXIS for Canada’s Jazzword. PRAXIS is the second album of SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER and was released last year on our label.

“Another instance of in-the-moment improvisation, two Belgians and a Brit keep a synthesized program compelling by stretching timbres to the cusp of atonality without abandoning basic bonding. Fully committed to lower case playing London-based alto saxophonist Colin Webster plus Flemish pianist Martina Verhoeven and acoustic guitarist Dirk Serries have worked together in varied combinations for years so sensitive communication is paramount here.
Probing instruments’ outer limits, the often hushed and spacious creations are set up with “Carbon Patience” which introduces many of the motifs used on all tracks. Airy wafts from Webster echo into ferocious blowing then deflate to studied exhalation or silences as Verhoeven slaps and stops inner piano strings or vibrating items placed upon them. Her rhythmic outflows connect with saxophone key percussion and muscular flat top scrubs from Serries as sprawling shuffles and equivalent plucks from the piano’s wound strings serve as pointed commentary on Webster’s work. His output encompasses unexpected tongue stops as well as frequent spurts of vibrations and thinner near static yelps. Only rarely, as on “Explicit Outlook”, does interface become strident. And despite that Serries intense pumping moves to elevated pitches that cut off Webster’s tongue vibrations before tonal irregularities upset the ingenious three-part equilibrium.
The subsequent “Fissure” is the least connected to the other tunes with intermittent undiminished reed pitch variations, crisp and concise key stresses and echoing string plucks. Additional buzzing textures appear to be sourced in a fashion that doesn’t allow them to be attributed to any particular instrument. Although the scratches, squeaks and widening echoes from metal, wound nylon and wood emphasized at the top of the concluding title tune, key squeaks, reed trilling and string twangs extend only so far. By that time variations on the abbreviated peeps, twangs and pops are strokes which began the disc are heard.
Not a permanent group, Serries/Verhoeven/Webster can be relied upon, singly or together, to create fascinating sounds”
Monologos A Dois
Netherlands’ OPDUVEL website wrote a lovely review about the recent release of GONCALO ALMEIDA’s MONOLOGOS A DOIS lp. Availabe here and here.
“De Portugese bassist Gonçalo Almeida heeft Rotterdam als uitvalsbasis. Almeida is een bevlogen muzikant die zich thuis voelt in verschillende muzikale werelden en die zich geen beperkingen laat opleggen. Naast muzikant is de Portugees ook beeldend kunstenaar en labelbaas van het kleine DIY-platenlabel Cylinder Recordings. Zijn nieuwste album is echter verschenen bij het Belgische A New Wave of Jazz onder de titel Monólogos a Dois.
Albatre, LAMA, ROJI, Spinifex, Multiverse, Tetterapadequ, The Attic, The Selva, Cement Shoes, Low Vertigo, Ikizukuri, Bulliphant: het zijn namen van gezelschappen waar Almeida deel van uitmaakt(e) en waarvan de muziek uiteenloopt van jazz met een subtiele elektronische inslag tot kamerjazz tot robuuste freejazz tot jazz met een stevige rockinjectie. De bassist speelt zowel contrabas als basgitaar, afhankelijk van de stijl die gespeeld wordt en van waar de muziek om vraagt.
Almeida kan er dus flink de beuk ingooien, heeft een elektrische kant, maar die komt niet aan bod op dit solo-album. Monólogos a Dois is een persoonlijk album waarop veel op gevoel lijkt te gebeuren. ‘Gevoel’ is hier sowieso het toverwoord, want wat Almeida laat horen gaat niet om techniek en virtuositeit maar om emotie en zeggingskracht. Dat gebeurt in 12 improvisaties, waarvan het merendeel vrij kort is. De muzikale ideeën krijgen een passende uitwerking en overbodige fratsen worden achterwege gelaten. Zonder dat is Almeida’s ideeënstroom al groot en kleurrijk genoeg.
Het eerste stuk is wel vrij lang en laat de sound van de bas direct goed uitkomen, inclusief een nagalm die wordt veroorzaakt door de ruimte waarin het album is opgenomen, de Oude Kerk Charlois in Rotterdam. Almeida combineert lange gestreken klanken met korte melodieën, gebogen noten en pizzicato spel. Op het album laat hij ook regelmatig gestreken en pizzicato spel tegelijkertijd horen. Verschillende ideeën volgens elkaar op en hebben gemeen dat de schoonheid van de muziek nooit uit het oog wordt verloren. Almeida’s experimenteerdrift zit hem in de muzikale ideeën, in de manier waarop hij donkere zware tonen combineert met hoge klanken (die overigens niet iel klinken), in hoe hij de boventonen hun werk laat doen en in het zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de klank van het instrument optimaal te kunnen benutten.
Almeida toont zich op zijn solo-album een verhalenverteller, waarbij hij in zijn eentje op de contrabas meerdere personages weet te scheppen. Luister naar het zevende stuk en het wordt direct duidelijk. In het zesde werk lijkt de bas een enkele keer op kousenvoeten weg te lopen, als een figuur in een cartoon, maar de Portugees blijft nooit te lang bij een idee hangen. Bovendien is hij in staat om meerdere elementen of meerdere emoties weer te geven in hetzelfde stuk en soms zelfs tegelijkertijd. In hetzelfde (zesde) stuk heeft de levendigheid een donkere ondertoon.
In de tweede improvisatie laat de bassist de grote klankkast werken, de diepte voelen die zo kenmerkend is voor de contrabas en deze bas tot zo’n intrigerend instrument maakt. In het tweede gedeelte van hetzelfde werk ligt de nadruk op melodische lijnen, die staccato worden gebracht of waarin juist (in contrast) de tonen hoorbaar door blijven klinken. Een speels element is te horen in het laatste stuk, waarin een gesprek tussen een kind en een volwassene lijkt te worden verklankt.
Almeida’s fijne gevoel voor melodie komt in meerdere improvisaties tot uiting en dat maakt Monólogos a Dois niet alleen een interessant album om naar te luisteren maar ook echt mooi en zeker niet ontoegankelijk. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen weerbarstige elementen in de muziek zitten, maar die worden gedoseerd gebracht. Zo klinken grof gemalen klanken aan het begin van improvisatie XI en wordt het gedeelte van de snaren achter de kam benut in het negende stuk. In improvisatie nummer V speelt de akoestiek van de ruimte een belangrijke rol. De stilte achter de gespeelde noten is hier mede bepalend voor de sfeer. Je ‘hoort’ als het ware de grote ruimte waarin Almeida speelt en de rust waarmee hij zijn spel brengt.
In de vierde improvisatie verkent de bassist een thema om er vervolgens steeds meer van weg te lopen. Toch blijft dat thema hangen door de basistonen die blijven doorklinken, al betreft dat soms slechts het nagonzen in je hoofd. Vermelding verdient zeker ook improvisatie nummer VIII, waarin Almeida zijn spel aanvankelijk op prachtige wijze klein, subtiel en fragiel weet te houden, waarbij je je als luisteraar dichtbij het grote maar gevoelvolle instrument bevindt. Daarna volgen rollende klanken en verlaat Almeida het basisidee op weg naar een nieuw muzikaal pad.
De muziek op Monólogos a Dois is zozeer niet te kenschetsen als jazz of als klassiek; het gaat om moderne geïmproviseerde muziek die zijn eigen leven leidt. Almeida’s muzikale vocabulaire is zeer uitgebreid en het is daarom des te knapper dat de verschillende improvisaties op het album een zekere samenhang vertonen. Het uitgangspunt van de muzikant is duidelijk, het gevoel voor melodie is verfijnd en zowel de diepte als het bereik van het instrument wordt volop benut op dit fantasierijke en ronduit prachtige solo-album.”
Spontaneous Music Tribune
This fantastic Polish webzine (curated by Andrzej Nowak) reviews our 2 new vinyls. Read it here (in Polish).


You must be logged in to post a comment.