Jazz’Halo

Georges Tonla Briquet wrote a lovely article on the 3 new releases for Belgian jazz magazine Jazz’Halo.

“Net zoals Keith Harring de tweespalk tussen street art en galerijwereld overbrugde, beoogt Dirk Serries met zijn label A New Wave Of Jazz pure improvisatie te introduceren bij een groter publiek. Niet door een commerciële knieval maar aan de hand van hoogkwalitatieve releases die de veelzijdigheid van het genre illustreren. Recent verschenen er wederom drie nieuwigheden. Deze keer solowerk van een gitarist-kunstenaar-fotograaf en twee duo’s (telkens een gitarist en een rietblazer).

Pierre Gerard
Pieces Of Apparatus


Alhoewel het niet gaat om de catalogus van laboratoriumonderdelen is de vergelijking niet meteen zo ver gezocht. Gitarist Pierre Gerard liet ideeën en invallen de vrije loop. Uiteindelijk werd alles herleid tot vijf stukken met enigmatische titels als ‘Formé Sur Un Bois De Rose Pâle’, ‘Spécimen Dans Les Tons Proches’ of nog ‘Miniature En Poudre Pratique’.

Het is drieënvijftig minuten vertoeven in gezelschap van een muzikant die elke noot en elk geschuifel over de snaren duidelijk met voorbedachten rade speelt en uitvoert, ook al gebeurt alles onder de noemer “improvisatie”. Dergelijk minimalisme is enkel mogelijk middels een hoge graad van concentratie. Intuïtie en stilte blijven daarbij twee belangrijke polen. Het is eveneens een ingenieus spel van laten horen wat er niet is.

Luisteren naar dit album is net als je begeven op een flinterdun laagje ijs en bij elke stap het gevaar trotseren dat je erdoor zakt. Een gevoel dat Gerard zelf ook moet ondervonden hebben toen hij dit uitbroedde. Allemaal van een beeldend kunstenaar (want dat is hij ook) die een van zijn vorige werken de titel gaf ‘Je trouve Spinoza bien lucide’.


Arvind Ganga + Riccardo Marogna
Ballads From The Wrecked Ship


Arvind Ganga en Riccardo Marogna laten op hun beurt horen wat een gitarist en een rietblazer samen zoal kunnen bekokstoven. Af en toe gebruiken ze daarbij andere objecten en electronics (die al eens overwegen).

‘Ballads From The Wrecked Ship’ is zeven keer afdalen in de krochten van een wereld waarin vertrouwde aanknopingspunten meteen vervagen eens je ze benadert. Beiden verheffen het tot een aparte kunst om de luisteraar telkens te leiden en te misleiden. Ze lokken je naar ogenschijnlijk vertrouwde bestemmingen maar onderweg lassen ze spaarzaam en uiterst functioneel afwijkingen en verrassingselementen in zodat je al snel elk houvast verloren raakt. Nooit heftig of agressief maar steeds omzichtig en regelmatig met verslavend repetitieve patronen.

Ganga en Marogna zijn bovenal meesters in het prikkelen van de nieuwsgierigheid waardoor je steeds weer toch de volgende stap zet. De openingstrack is de ideale aanzet. Een kronkelige ontdekkingstocht in het spoor van twee wetenschappers die op zoek gaan naar de meest originele fieldopnamen en die uiteindelijk eindigt met een zucht van verlichting maar ook met een drang naar meer. Een heuse shot dopamine.

Alan Wilkinson & Dirk Serries
One In The Eye


Ook hier een gitarist en een rietblazer die samen elkaars invallen opvolgen, mee helpen uitbouwen en/of een andere richting geven.

Het gaat om een tweeluik waarvan het eerste deel opgenomen werd in de Sunny Side studio (29 november 2019) terwijl deel twee ingeblikt werd tijdens een concert op 22 januari 2020 in Londen. Geen electronics bij deze heren maar een zuiver akoestische benadering. De energie is er nochtans soms des te explicieter om. Niet dat ze zich outen als punkers (althans niet in hun muzikale uitwerking), toch is hun houding net wat assertiever en snediger dan bijvoorbeeld deze van Arvind Ganga en Riccardo Marogna die op ‘Ballads From The Wrecked Ship’ eenzelfde instrumentarium hanteren.

Tot een duel komt het nooit, wel porren ze elkaar regelmatig aan telkens net de afgrond te naderen waar de grote leegte heerst. Ze maken handig gebruik van ingekapselde uitglijzones waarmee ze vertrouwd raakten na jarenlange omzwervingen in de improvisatiewereld. Soms verontrustend en schokkerig, dan weer suggestief en in stilte gehuld maar nooit anekdotisch.

Door de ingebouwde stiltes is het soms moeilijk de “nummers” van elkaar te onderscheiden. Het vergroot enkel de verwondering over de techniek van Wilkinson en Serries. Niet toevallig dat een van de stukken de titel ‘Hobson’s Choice’ meekreeg. In die context is het uiterst boeiend om hun aanpak in een studio en op een podium te vergelijken.

De insteken mogen dan vanuit dezelfde grondprincipes vertrekken, live gebeurt de uitwerking nog gedetailleerder en meeslepender zij het ook wel meer verstikkend. Ook te omschrijven als een eigenzinnige toepassing van dichotomie in het immense impro-universum.”

OUR PRE-ORDER BUNDLE

You can still enjoy the attractive pre-order bundle price for our latest 3 new releases. For only 35 EUR (this incudes 2 single discs and one double album), including shipping worldwide. This offer is valid thru April 30th.
Grab them here or here.

GONZO CIRCUS REVIEWS

Printed magazine GONZO CIRCUS reviews online DIRK SERRIES’ first installment in his Höfner-dedicated series of acoustic guitar improvisations on vinyl. The LP is still available here and here. Expect the 2nd part after the Summer.

“Het heeft wel iets: een uitgebreide tekst over de artiest verteld door iemand die zijn werk weet te appreciëren, in een context weet te zetten en een eigenwijs carrièreoverzicht neerzet en tegelijk de enorme evolutie die een artiest kan doormaken, in de verf zet. Guy Peters doet het, in een lay-out van Rutger Zuydervelt over Dirk Serries. Serries heeft ondertussen al heel wat muzikale watertjes doorzwommen en doorwrocht. Telkens put hij een genre helemaal uit, tast het af tot hij het helemaal heeft gehad en verkast dan geleidelijk naar iets anders. Deze keer schuift hij op richting akoestische gitaar, in zijn eentje. Dat hij veel improviseert, is een understatement natuurlijk. Het heeft echter wel iets om Serries te horen spelen op zijn 1957 Höfner archtop gitaar zonder enige vervorming, bewerking of andere belemmering. Of toch, een klein beetje compressie om het geluid dynamischer te maken. Maar vooral, gewoon, spelen met de snaren en er uithalen wat op datzelfde ogenblik door hoofd en vingers wordt aangestuurd. De ‘I’ duidt er op dat dit pas het begin is, een soort inleiding, een vingeroefening naar misschien meer uitgewerkte of ingewikkelder muziek. Serries heeft ervaring zat natuurlijk, zodat we in de tien nummers nergens het gevoel krijgen met zomaar wat gefriemel van doen te hebben. Serries weet hoe hij een degelijk luisterstuk moet brengen en door de wisseling van ingetogen en net iets feller tekeer te gaan, weet hij de aandacht vast te houden. Gelimiteerd tot honderd exemplaren op vinyl, voor de snelle beslisser dus.”

MONOLOGOS A DOIS

CITIZEN JAZZ (France) just reviewed GONCALO ALMEIDA’s beautiful album ‘MONOLOGOS A DOIS’. This vinyl release and the 2nd one in a vinyl series focusing on solo recordings is still available through our webstore or bandcamp.

“En juillet 2020, le contrebassiste portugais Gonçalo Almeida enregistre une série de douze improvisations dans une ancienne église de Rotterdam, ville où il vit depuis de nombreuses années. Monólogos a dois relate cette aventure en solitaire.

Seul, Gonçalo Almeida ne le semble pas – le titre de l’album le confirme -, tant il fait corps avec sa contrebasse. Privilégiant l’archet le plus souvent, il crée sur le vif une musique passionnante utilisant toutes les possibilités acoustiques de sa contrebasse ainsi que différentes techniques ; il joue sur les timbres, les angles d’attaque, les textures, la profondeur de champ. Sa sonorité ample et profonde résonne jusqu’à emplir la petite église vide et fait vibrer les âmes.

L’album sort en vinyle, en édition limitée à 100 exemplaires sur le label belge A New Wave of Jazz [1] Il est disponible également en version numérique sur Bandcamp.”

OPDUVEL WRITES

The highly active Dutch webzine OPDUVEL, a passionate project of Gert Derkx, wrote down some really lovely words on the 3 new releases on our label. All 3 albums are still available against a stunning pre-order bundle over at our webstore or bandcamp, valid through April 30th. Meanwhile read those beautiful reviews (in Dutch).

“Het Belgische label A New Wave of Jazz laat een paar keer per jaar meerdere releases tegelijkertijd verschijnen. Deze keer brengt het door Dirk Serries gerunde label drie cd’s tegelijk uit, zoal gewoonlijk voorzien van sober artwork. Op de nieuwe uitgaven zijn naast vertrouwde A New Wave of Jazz-gezichten ook een paar muzikanten te horen die nog niet eerder muziek op het label uitbrachten. De muzikale familie breidt zich uit, terwijl de filosofie van het label intact blijft.

Vanuit Den Haag opereren Arvind Ganga en Riccardo Marogna, die beiden hun debuut maken op het A New Wave of Jazz-label. Ganga speelt elektrische gitaar en maakt gebruik van objecten. Hij onderzoekt de fysieke mogelijkheden van de gitaar en daartoe maakt hij gebruik van verschillende technieken. Ook objecten worden gebruikt om het geluid van het instrument te manipuleren. In zijn vrije improvisaties gaat hij het maken van noise niet uit de weg en in zijn muziek heeft hij een zekere punk-attitude. Hij speelt zowel solo als in samenwerking met gelijkgestemde muzikanten, en ook met dansgezelschappen. Hij is een van de muzikanten op het fantastische freejazz/rock-album Fading Ground, naast Josué Amador en Dirar Kalash.

Marogna is van Italiaanse afkomst. Hij speelt tenorsaxofoon en basklarinet en is ook in de weer met elektronica. Die instrumenten speelt hij ook in zijn soloproject Infernal Mosquitoes. Zijn muzikale samenwerkingen omvatten het Sho Shin Duo (met drummer Riccardo La Foresta), Organo (met Aurelie Lierman en Abel Fazekas), DINGEN (met Darina Zurkova) en Ritual Habitual (met Gonçalo Almeida en Phillipp Ernsting. Marogna is ook te horen op het vorig jaar verschenen album ONI van ROJI.

Voor Ballads From the Wrecked Ship laten Ganga en Marogna zich inspireren door The Waste Land, het uit 1922 stammende gedicht van T.S. Eliot. Titels van stukken verwijzen naar dat werk en soms betreft dat een hele passage eruit. Eliots gedicht is geen makkelijke en geen vrolijke kost, maar gelukkig leidt dat niet tot muziek die zwaar op de hand is. Het spel van Ganga en Marogna is vrij, experimenteel en speels. Met een stemmige ondertoon, dat wel.

Dat wordt direct goed geïllustereerd in ‘Oed’ und lees das Meer’, een frase die Eliot heeft overgenomen uit Tristan und Isolde van Richard Wagner en door de twee muzikanten als titel is gekozen voor de openingstrack. Gitaar en saxofoon/basklarinet tasten de eigen mogelijkheden en die van elkaar af. Dat leidt tot een gedeelte waarin Ganga met een snel pulserend motief een soort drone neerlegt, waar Marogna zijn basklarinetklanken overheen legt, later gevolgd door gitaarklanken van Ganga. De klanken van de instrumenten hebben een scherp randje, wat de muziek een dosis spanning meegeeft. De kleppen van de basklarinet klinken mee en fungeren min of meer als instrument. Mooi is hoe het tweetal steeds intenser gaat spelen en naar een fraaie climax toewerkt.

Ganga’s gitaargeluid wisselt en verraadt ervaring in verschillende muziekstijlen. Sonic Youth ligt net zo dichtbij als Marc Ribot en daartussen ligt een heel gebied dat door Ganga wordt bestreken, zonder pathos en zonder egotripperij. Het zachtjes beroeren van de snaren van de gitaar leidt al tot een behoorlijke klank, zodat de muziek nooit erg ingetogen klinkt maar wel geladen is met elektriciteit. Marogna vindt zowel op saxofoon als op basklarinet een mooie middenweg tussen lyriek, experiment en robuustheid, waarbij hij met elektronica de muziek een extra kleur of invulling geeft.

Die elektronica speelt een subtiele rol in ‘Chozodia’, waarin de klanken van de kleppen van Marogna’s saxofoon een krakende nabewerking krijgen. Ganga produceert wrijvende en schrapende geluiden met zijn gitaar, soms ultrakort uitschietend naar rockachtig spel. De muziek is experimenteel en spannend. Marogna speelt met veel lucht en laat soms een saxofoonklank ontnappen, terwijl Ganga zijn snaren afknijpt of juist volle akkoorden speelt, met een gruizige klank. Ook in ‘Phantoon’ voeren experiment en spanning de boventoon, waarbij ook geluiden afkomstig van niet nader te identificeren objecten een rol spelen.

In de langere stukken nemen de twee muzikanten de tijd om de muziek zich te laten ontvouwen en het is opvallend hoe natuurlijk dat gebeurt, bijvoorbeeld in ‘The limp leaves waited for rain, while the black coulds gathered far distant, over Himavant’, dat naar een heerlijk grofkorrelige en noisy apotheose toewerkt. In ‘Kzans’ overheerse hoge tonen en vervlechten de twee de klanken van hun instrumenten, waarbij de individuele stemmen goed hoorbaar blijven. Elk stuk op het album is onvoorspelbaar en onderscheidend. De experimenteerdrift en de soms subtiele maar vooral ongepolijste klanken vormen een fraaie combinatie en Ganga en Marogna zijn welkome nieuwe gasten in de catalogus van A New Wave of Jazz.

Een welkome nieuwe gast is ook Pierre Gerard, die past in Serries’ liefde voor minimalisme, zoals de labelbaas dat ook zelf laat horen met zijn in wisselende samenstellingen opererende project Tonus. Stilte vormt een belangrijke component in de muziek en dat geldt ook voor het werk van Gerard, een Belgische componist die sinds 2006 werkt met akoestische instrumenten en elektro-akoestische gitaar. Hij noemt zijn muziek, zijn onderzoek meer intuïtief dan minimalistisch.

Luisterend naar Pieces of Apparatus is ook een hang naar reductionisme hoorbaar, want de vijf composities op het album bestaan uit geïmproviseerde gitaarklanken, de nagalm daarvan en stilte. Wat dat laatste betreft schuilt een gevaar in het te kort en te lang laten vallen van stiltes. Een te korte stilte doet afbreuk aan het minimalistische of reductionistische karakter van een werk, terwijl bij een te lange stilte de spanning verloren gaat. Gerard weet beide varianten te vermijden.

Wel vult hij opvallend veel in, hoewel hij wel degelijk en op een uitdagende manier met stiltes werkt. Hij creëert daarmee ruimte in de muziek, een architecturale ruimte die met de klanken van de gitaar en de elektrische spanning kan worden gevuld. Gerard gaat niet zover dat hij slechts enkele losse tonen speelt; de muziek kent een melodische en een ritmisch aspect, al worden beide ook op minimale wijze ingezet. In ‘Spécimen Dans Les Ton Proches’ zijn zowel staccato tonen als doorklinkende tonen te horen, die op natuurlijke wijze wegsterven in de stilte.

De muziek van Gerard is onderzoekend van aard. Dat onderzoek geschiedt op een rustige manier, met ruimte om kleine ideeën geduldig uit te werken. De muziek geeft de luisteraar ook ruimte om te reflecteren en te interpreteren. De klanken dringen zich niet op, maar zijn wel zodanig aanwezig dat ze niet te negeren zijn. De abstracte muziek die Gerard creëert vergt wel wat geduld van de luisteraar. Het beste onderga je de muziek in alle rust, met de ogen gesloten en de verbeeldingskracht op volle sterkte. Elke nieuwe draaibeurt toont dan nieuwe elementen, of die nu daadwerkelijk auditief tot stand komen of slechts in je hoofd.

Het contrast tussen de cd van Pierre Gerard en die van Alan Wilkinson en Dirk Serries is groot. Hier geen minimalisme maar vrije improvisatie in pure en ruwe vorm. In tegenstelling tot het personeel op de andere nu verschenen cd’s, gaat het op One in The Eye om bekende namen in de A New Wave of Jazz-contreien. Gitarist Serries is uiteraard de man achter het label en is te horen op veel releases die op het label zijn verschenen, terwijl saxofonist/basklarinettist (en hier ook vocalist) Wilkinson is te horen in het kwintet op het tweede schijfje van Double Vortex en in een duo met slagwerker Andrew Cheetham op The Vortex of Past Time.

One in the Eye is een dubbelaar, waarbij de eerste cd studio-opnames bevat en de tweede een weergave van een live-performance. Serries is te horen op akoestische gitaar en dat betekent dat hij met een instrument met een beperkt volume moet opboksen tegen het spel van Wilkinson, die soms hard en gemeen uit de hoek kan komen. De in de studio opgenomen tracks zijn acht min of meer afgebakende stukken die goed laten horen hoe levendig en expressief de vrije improvisatie en freejazz van het duo is. Op het schijfje met live-opnamen staan twee stukken waarvoor hetzelfde geldt in een wat langere vorm.

Serries is een gitarist die regelmatig met horten en stoten opereert, a-ritmisch te werk gaat en aan het spelen van melodieën een broertje dood heeft. Wat zijn spel zo aantrekkelijk maakt om naar te luisteren zijn in de eerste plaats de klanken die de gitarist uit zijn instrument haalt. Het is bijna hoorbaar hoe hij uit het instrument geluiden weet te trekken, alsof die niet simpel door het aanslaan van snaren tot stand komen. Bij Serries vormen het zoeken naar klanken en het op abstracte en bedrijvige wijze musiceren het tweede aantrekkingspunt in de vrije improvisaties van de gitarist. Ten derde blijkt uit het spel dat Serries ook nauwkeurig luistert naar zijn muzikale kompaan.

Wilkinson is de expressiviteit zelve, maar weet soms ook opvallend ingetogen uit de hoek te komen. De mogelijkheden van de bariton- en altsax en de basklarinet worden verkend, niet door voor het onconventionele spel te gaan maar door al spelend melodisch, ritmisch en dynamisch de klanken te onderzoeken. Vooral de diepe tonen van de basklarinet zijn een lust voor het oor, maar ook de snelle riedels op altsax en het knorrende geluid van de baritonsax zijn een muzikale attractie op zich. Wilkinson is een ervaren muzikant die nog altijd musiceert alsof zijn leven ervan afhangt.

Zowel in de studio-tracks als in de twee in een live-setting opgenomen stukken klinkt het duo Wilkinson/Serries rauw (in de live-opname iets meer dan in de studio-opname), inventief en vooral ook enthousiast. Er schuilt enorm veel speelplezier in de klanken die het tweetal produceert en dat werkt aanstekelijk. Alles mag in de muziek en er zit geen rem op de muzikale ingevingen. Gelukkig maar, want zo zijn we getuige van een imponerende manier van improviseren van twee muzikanten die nooit zijn ‘uitgeleerd’ en daarom nog altijd weten te verrassen.”